Cijfers geven

Tonie Mudde schreef een interessant artikel in de Volkskrant van zaterdag. Dat conclusies verbinden aan cijfers die leerlingen hun docenten geven, gebakken lucht is. Gezond verstand deed zoiets al vermoeden maar het schijnt nu zelfs onderzocht te zijn.Afbeelding Onderwijs

De Australische onderwijspsycholoog Arthur Poropat schreef er een artikel over. Zijn studenten baseerden hun keuze voor vakken vaak op de cijfers die studenten in evaluaties hun docenten gaven. Hij wilde wel eens weten hoe valide die keuze was en dook in de literatuur.

Twee als goed bekend staande opleidingen, The Airforce Academy in de VS en de Bocconi universiteit in Italië, bleken er onafhankelijk van elkaar onderzoek naar gedaan te hebben. Kortweg komt het er op neer dat, hoe hoger de cijfers die de studenten van hun docenten kregen, hoe hoger ook de studenten hun docenten waardeerden. Ook als het onderwijs objectief gezien belabberd was. En andersom bleek ook waar. Heel goede docenten die lager becijferden, kregen zelf ook slechtere evaluaties van hun studenten. Ook als in vervolgcursussen bleek dat die studenten heel wat meer geleerd hadden dan hun zo tevreden collega’s met de hoge cijfers. Conclusie? Studenten kunnen niet beoordelen van wie ze het meeste leren. Het is meer een ’you scratch my back and I will scratch your’s’ systeem: zolang ik maar een goed cijfer heb is alles ok, de rest is bijzaak.

Ik vermoedde al zoiets. Intuïtie is niet altijd betrouwbaar, maar deze keer heeft die me niet bedrogen. Leerlingen zo maar docenten laten evalueren, heeft ook iets van met de kalkoen over het kerstdiner discussiëren. Er moet nu eenmaal regelmatig iets gebeuren in de les wat misschien minder leuk is, maar wel effectief voor het leerproces. Streng zijn op inzet en resultaten bijvoorbeeld. Hoog met die lat! Een docent is de deskundige als het om leren gaat en verantwoordelijk voor het leerproces. Dus zal hij als regel beslissen wat en hoe er geleerd wordt, zij het in goede communicatie met zijn leerlingen. Strenge docenten zijn niet per definitie slechte docenten. Integendeel.

Hebben we dan niets aan die cijfers voor docenten? Jawel hoor, het is absoluut interessante informatie. Maar zoals Standaerd in zijn boeiende boek ’De becijferde school’ betoogt: die cijfers zijn niet om conclusies uit te trekken over de kwaliteit van het onderwijs, ze zijn het begin van nader onderzoek. Onderzoek zoals bijvoorbeeld op de twee voornoemde opleidingen. Daar bleken de beste docenten schuil te gaan tussen de mindere beoordelingen. Dat is knap frustrerend voor de betrokkenen. Als er grote verschillen in waardering zijn tussen docenten zul je de klas in moeten. Kijken wat er werkelijk aan de hand is. Cijfers zijn heel geschikt om de waarheid achter te verbergen. Dat weten ze bij Volkswagen ook. Het laat ook weer eens zien met hoeveel scepsis er naar allerlei van die standaard evaluatie gegevens gekeken moet worden.

Laatst kwam ik met een topwaardering voor mijn workshop uit een conferentie. Misschien heb ik wel te weinig eisen gesteld…

Lees verder / reageer

Kleinere klassen?

Ineens hadden ze elkaar gevonden, D66 en de SP. Het is nog een eind te gaan naar de verkiezingen, maar je kunt nooit te vroeg zijn met het je toe eigenen van sexy thema’s in de politiek. Deze halen we vast even binnen, moeten de heren gedacht hebben. Want wieAfbeelding Onderwijs is nu tegen kleinere klassen?

Basisschool groepen met 32 of zelf 34 leerlingen? Je hoeft niet gestudeerd te hebben om te weten dat dat veel is. Te veel. 24 zoals in het voorstel van beide heren is een goed gekozen getal. Neem als je toch bezig bent het voortgezet onderwijs ook maar meteen mee in het besluit. 30 pubers in één lokaal is ook geen uitzondering en geloof me, je moet wel wat kunnen om daar effectief les aan te geven. Tot zover de algemene mening. Met dit verhaal krijgen ze de handen wel op elkaar. Inkoppertje voor die twee partijen zou je denken. Of zit het toch een beetje anders?

In de indrukwekkende meta-analyse van John Hattie gericht op strategieën voor effectief leren in de les, lees je een ander verhaal. Groepsgrote heeft weinig of geen invloed op de kwaliteit van leren in de les. Dat denkt hij niet alleen, hij haalt er een sloot onderzoek bij aan. In grote lijnen komt het er op neer dat de kwaliteit van de leraar, zijn of haar mogelijkheden om te onderwijzen gericht op leren, veel meer bepalend zijn voor de effectiviteit van de les dan het aantal kinderen in de klas. Dat spoort met mijn eigen ervaring. In groepen van 10 of 15 leerlingen wordt meestal niet ineens opvallend beter les gegeven. Sterker nog; vaak slechter. Het overzichtelijke groepje lijkt de docent in zijn praatstoel te drukken. Hattie stelt dat de gemeten verschillen geen miljoenen investering rechtvaardigen. Dat geld stoppen in kwaliteitsverbetering van leraren lijkt effectiever.

En dan is er nog het gebouw. Heel veel scholen in Nederland zijn gebouwd met lokalen voor 24 leerlingen in de zogenaamde busopstelling. Als je er daar 30 in stopt, is het inderdaad overvol. Niet de onderwijskundige vaardigheid van de leraar of het aantal leerlingen is dan beperkend, maar domweg de ruimte. Er zijn tal van creatieve en effectieve manieren te bedenken om met grote groepen om te gaan en op sommige scholen zie ik die ook, maar in een schoolgebouw als een stapel schoenendozen lukt dat niet. Dus niet domweg klassen verkleinen maar tenminste óók investeren in kwaliteitsverbetering van leraren en gebouwen.

En dan is er natuurlijk last but not least altijd weer het geld. Wie gaat dat betalen? Voor de uitwerking zijn grofweg een derde meer leraren nodig. Dat hakt er financieel flink in. En het vraagt een ingenieus meerjarenplan om die over pak ’m beet vier jaar beschikbaar te hebben. Daar moet de knip voor worden getrokken. Er zal denkelijk ook iets moeten gebeuren met de aanvangssalarissen in het basisonderwijs om de trekkracht – niet in de laatste plaats voor ambitieuze mannen, want die komen ze daar ernstig tekort – te vergroten. Wie of wat gaat dat betalen? Er hangt zomaar een prijskaartje van een miljard aan dit plannetje. Helemaal als we ook kritisch naar de kwaliteit van mensen en gebouwen gaan kijken. Dat is geen kleingeld in Den Haag. En als je daar niet zegt waar je de centen haalt, blijft het meestal bij woorden. Roemer mompelde desgevraagd iets over het bedrijfsleven waarbij Pechthold wat ongemakkelijk de andere kant op keek. Daar waren de heren dus nog niet uit.

Van mij mag het, die 24 leerlingen. In elke klas. Graag zelfs. Maar doen alsof je met zo’n peperdure pennenstreek het onderwijs verbetert, is me te gemakkelijk.

Lees verder / reageer

Typhoon

Ik ken hem alleen van tv en interviews. Het lijkt mij een ontzettend sympathieke jongen. Niet het type waar je in het donker met een boog omheen loopt, los van welke kleur dan ook. Maar hij is dus wel staande gehouden zoals dat heet. De coAfbeelding Columnsmbi van auto, leeftijd en huidkleur maakte de agenten achterdochtig. Ik snap wel hoe dat gaat, maar dat maakt het niet goed natuurlijk. Gewoon fout eigenlijk. Het gebeurde mij ook een keer met mijn glanzende nieuwe limousine. En zo jong en wild zie ik er toch niet uit. Toevallig ook ergens in de buurt van Zwolle. Of is dat geen toeval? Geen idee.

’Mooie auto meneer’, zei de agent toen, terwijl hij beschaafd naast de passagiersstoel hurkte. Ik beschouwde dat nog als een compliment. Na controle van de papieren mocht ik doorrijden. Bij Typhoon schijnt het minder leuk te zijn toegegaan. Minister van der Steur reageerde op dit ’incident’ met dat Typhoon wellicht een bijdrage kan leveren aan de opleiding van agenten. Altijd doen natuurlijk, maar of het helpt? Agenten beslissen in een seconde wat te doen. Zo’n snel besluit  is voornamelijk intuïtie gestuurd en intuïties veranderen met een extra lesje? Vergeet het maar. Die snelle reactie is gebaseerd op stevig verankerde ervaringen, beelden en opvattingen. Die veeg je niet zomaar uit. De snelheid maakt de reactie dubbel onzorgvuldig. Er is geen tijd voor echte reflectie. Quick en dirty zogezegd, en daarmee niet zelden een vooroordeel: je verstand staat even op nul.

Maar goed, het verhaal blijft schuren. De zoon van mijn vriendin rijdt voor zo’n Driver-service. Studentenwerk. Groot-verdieners in hun slagschepen ergens naar toe rijden en met de studenten OV-kaart terug. Leuke bijverdienste. Regelmatig moet hij ook een poosje op een klant wachten en dan mag hij de auto best even gebruiken. Een jong studentje in een buitenmaatse limousine.  Een vette Jaguar, grote Lexus, dat spul. En hij ziet er echt heel jong uit. Wel in een net overhemd en ja, heel wit; blank dus… Nog nooit aangehouden. Dat geeft toch te denken.

Hoe kwalijk ook, ik moest bij alle ophef toch ook even glimlachen. Die auto. Typhoon rijdt in een een Mitsubishi. Wel een tamelijk dikke, toegegeven, maar het zou ook nog wel eens een hybride kunnen zijn. Meer de auto van een lekker draaiende zzp’er dan van een ontspoorde jongere.

Kruimeldieven op zoek naar een carrière op het slechte pad, verplaatsen zich graag in opgefokte golfjes met verkeerde uitlaten. Het middenkader maakt zijn verkennende rondjes in een Audi  A3 RS. Net als in de bovenwereld rijden de grote jongens weer anders. Dan denk je meer aan een fonkelnieuwe BMW 7, Mercedes AMG of een A8, met een Bentley Continental voor de bovenbaas. Zegt mijn  intuïtie wel te verstaan. Want ja, er zijn ook talloze goudeerlijke mensen die deze auto’s rijden. Maar een Mitsoe? Als fout Nederland daarvoor kiest, is de criminaliteit wel behoorlijk gedemocratiseerd. Meer nog dan een cursus invoelend vermogen, lijkt het herkennen van mogelijk suspecte automodellen gewenst. Auto’s gaan steeds meer op elkaar lijken, ook de grote. Regelmatige bijscholing lijkt gewenst.

Dan mag Typhoon voortaan gewoon doorrijden.

Lees verder / reageer