Proloog

Vrijdagnacht om half vier loopt de wekker af. Het is nog donker als ik op de fiets klim. Net als vijf jaar geleden. Toen startte de Giro in Amsterdam. ’s Nachts om een uur of vier op de racefiets naar het Stadionplein, met het vaste voornemen een voor mij snelle tijd neer te zetten. Het werd een halsbrekende rit. Krappe bochten, en met veertig in het uur tussen tramrails door bleek nog een hele uitdaging. Het eindigde met lek op de Ceintuurbaan.

U wilt de vloeken niet lezen. Weer thuis peuterde ik een vlijmscherpe glassplinter uit de band. Restje Koninginnenacht. Inmiddels ben ik verhuisd naar omgeving Utrecht. U begrijpt, het plan was snel gesmeed toen bleek dat de Tour in 2015 daar zou starten. Hoogste tijd voor een revanche.

Ik rijd in een stevig tempo richting Utrecht. Het is ook opwarmen. Twaalf uur eerder heb ik het parcours verkend. Het lijkt goed te doen. De enige kritische bocht, de slinger bij het Ledig Erf, kan ik denk ik met mijn snelheid bijna vol door. Gewoon hard stampen dus en maar kijken waar het schip strand.

In de avond zouden ze de hekken plaatsen. Dat hebben ze gedaan. Weliswaar loopt bijna overal parallel een breed, strak fietspad, maar over het echte parcours is natuurlijk leuker. Daarvoor doe je het. Om precies half vijf klim ik met mijn fiets op mijn nek over de dranghekken bij de Berenkuil. Om niet tweemaal voor Piet Snot door de half afgesloten stad te moeten, heb ik voor mij de start-finish bij de Berenkuil gelegd. Aan de andere kant van het parcours, bij de eigenlijk start achter CS, keer ik dan wel scherp. Zo fiets ik toch de officiële 13,8 kilometers zonder zoeken door de stad.

De eerste kilometers valt het me moeilijk voluit te gaan. Is het echt goed afgezet? Geen blind jakkerende taxi’s van rechts? Nergens ineens een afsluiting? En onbewust wil je toch ook iets bewaren voor de laatste kilometers. Dat laatste is fout, spreek ik mijzelf ferm toe. Ik schakel een tandje groter en trek mijzelf staande nog een keer extra op gang. Gaan we stuk dan gaan we stuk. Een kilometer of wat gaat het als een speer. Soms is het even extra uitkijken omdat ik in het grijze ochtendlicht niet altijd direct scherp heb hoe de dranghekken staan. Middenop blijven en malen. Het lukt me doorlopend rond de 35 te blijven met uitschieters naar boven. Bij de Albatrosstraat gaat het voor de eerste keer mis. Wat ze aan het doen zijn weet ik niet, maar twee vrachtauto’s blokkeren het parcours. Ik wordt bars naar het fietspad verwezen, moet me weer op gang trekken, maar zie even later toch weer kans tussen twee dranghekken door het parcours op te schieten. Dat herhaalt zich nog een keer of vier. Het moet eruit gezien hebben als een cyclecross. Een maffe eenling die van zijn fiets springt, hem over zijn schouder slingert, over het hek klimt en er aan de andere kant weer als een speer vandoor gaat.

Halverwege de Uithof wordt het extra leuk. De route loopt over de busbaan, asfalt als een biljartlaken. Hier gaat het echt hard. Ik trek nog even alles uit de kast. Zo tijdrijden is leuk hoor. Het doet wel zeer, maar dat is nu even niet erg. Uit de tunnel van de Berenkuil klok ik op precies 13,8 km af.

27 minuut 50! Shit, ik had onder de 25 gewild. Die vijf klauterpartijen hebben me de das om gedaan.

Ach, wat kan het schelen. Ik blijk het overgrote deel met 95% van max hartslag gereden te hebben. Twintig minuten in het rood! Dat was voor het laatst op de Ventoux. Dan zat er vandaag dus echt niet meer in. En het was vooral heel leuk. Fluitend fiets ik terug naar huis.

Lees verder / reageer

Vergeten, kwijtraken en verdwalen?

Terug van weggeweest. Mooie fietstocht, die LF1 van Boulogne sur Mêre naar den Helder. We kozen voor de rijrichting vanuit het zuiden, omdat met een briesje in de rug over de OosterschAfbeelding Fietseneldekering ons aangenamer leek dan met zuid-west 5 tegen. Dat briesje zat inclusief zonnetje op de afgesproken tijd precies in de goede hoek. 

En dat na een week met fikse regen uit het noord-oosten gewaaid te hebben. Wij blij. Wat kan er nog mis gaan? De zee links van je houden en zo’n beetje noord-oost rijden. Trappen maar. De eerste 70 km door Frankrijk zijn alleen noord-zuid bewegwijzerd. Het routeboekje rept daar niet over. Maar ach, zoals gezegd met de zee links van je globaal richting noord-oost rijden, hoe moeilijk kan dat zijn?

Heel moeilijk.

Het routeboek met de etappe-kaartjes lieten we de avond voor ons vertrek uit Boulogne in het restaurant op tafel liggen. Heerlijk gegeten. Stevig besprenkeld op de goede afloop zwalkten we naar buiten om twee straten verder door de luid roepende en met ons routeboek zwaaiende ober te worden achterhaald. Kwaliteit nummer één kon worden afgevinkt.

De volgende ochtend stelde ik voor het vertrek bij mijn fietsmaatje de spd-pedalen wat losser. Inbussleutel 3 ligt nu vermoedelijk nog op de binnenplaats van het hotel. Hij zit in elk geval niet meer in mijn setje. Een beetje rechts van de overdekte carpark, mocht u er langs komen. Dat was dan twee. En nog geen kilometer gereden.

Boulogne in de goede richting uit rijden, bleek nog geen sinecure. En zoals altijd weten lokalioos in hun eigen stad alleen de weg naar het centrum. Tot de verlossende bordjes LF1 verschenen, kwam verdwalen uitgebreid aan de orde. Op goed geluk verder rijden, vaak een fatale stragie die je uitsluitend naar Nergenshuizen voert, bracht ons dit keer goddank aardig in de goede richting.

Na drie gesloten hotels zetten we ons na 145 km aan de Westmalle dubbel. Tenminste 25 km meer dan de bedoeling was. Vergeten, kwijtraken en verdwalen. Dat lukt niet iedereen op één dag. Prachtige tocht overigens. Een goed begin van een vlekkeloze fietsvakantie.

Lees verder / reageer

Pakken

Ik ga op reis en ik neem mee… Een paar dagen voor vertrek begin ik zonder veel plan in een hoek van mijn werkkamer dingen bij elkaar te leggen. Voorpret is de halve pret. Een week fietsen ligt voor me. Dat die stapeltjes daar een paar dagen naar mij liggen te kijken is,Afbeelding Fietsen ook voorzorg.

Ik ben een kanjer in vergeten. Wel reserve-scheercreme maar geen zonnebril, dat werk. Wat ik in hotels aan kledingstukken heb laten liggen, vult gemakkelijk de garderobe van een gemiddelde man. Kwijtraken kan ik ook heel goed. Ik weet zeker dat ik een kompasje had, maar waar? Altijd handig per slot, als je op een zonloze dag geen flauw idee hebt waar je bent. Want daar ben ik ook een ster in, verdwalen. Het heeft een poosje geduurd voordat ik het wilde toegeven, maar het is echt zo: richtingsgevoel nul. Vergeten, kwijtraken en verdwalen. Een interessant portfolio voor iemand die graag onderweg is. Never a dull moment. Heb je alles? appt mijn zus. Ze kent me. Een beetje onrustig kijk ik naar de kleine verzameling, inmiddels ordelijke stapeltjes in de hoek. Dat kan toch niet alles zijn? Twee sets fietskleding, regenjack, het kaarten gedoe, reservebandje, één setje ’net’ voor ’s avonds, fleece voor op een koud terras… Het is maar een weekje. En de tent hoeft niet mee, de reis gaat langs de kust. Hotelletjes en B&B’s te over, en het is nog geen hoogseizoen. Het scheelt een smak bagage als het tentje thuis blijft. De romantiek van je kop bij opkomende zon uit je één-mans-tentje steken, moet ik dan maar missen.

Ik probeer helder na te denken terwijl ik mijn blik voor de zoveelste keer keer over de kleine verzameling laat dwalen. Volgens mij is dit het toch echt.

Als ik alles systematisch over de twee tassen heb verdeeld, is er nog ruimte over. Ik houd eigenlijk wel van licht reizen, maar zo licht? 14 kilo, peanuts. Ah… Het zaklampje!

Over een week leest u wat ik vergeten ben.

Lees verder / reageer

Getallen onzin?

Van elke rit op racefiets of moutainbike en elk wat serieuzer tochtje op de toerfiets, noteer ik de getallen. Al jaren. Afstand, gemiddelde snelheid, hartslag, vermogen; alles wat dat kekke apparaatje op het stuur bijhoudt, belandt sinds twee jaar in een overzichtelijke spreadsheet. Daarvoor waren het schriftjes. Als ik terug blader kan ik zien dat ik ik begin mei 2012 ongeveer evenveel kilometers in de benen had als nu, maar er zatAfbeelding Fietsen toen nog niet zo’n mooie dik 29 gemiddeld over 80 km bij zoals ik die gisteren op de teller zette. En zonder bovenmatige inspanning.

Ben ik nu dus sterker dan in 2012? Gloort er een nieuwe snelste tijd op Ventoux en Huez? De laatste persoonlijke records op die twee puisten dateren uit 2012. Is dit een voorbode dat er deze zomer nog iets van die tijden af kan of was gisteren een toevalstreffer? Ik wordt per slot alleen maar ouder. Ik ben weliswaar in alles een laatbloeier maar een keer moet de lijn omhoog stokken. Je kunt niet bij blijven trainen. Het houdt een keer op. De neergang komt er aan, onvermijdelijk, ook voor mij.

Een fietskennis sloopte een dag na zijn 65 worden de computer van zijn stuur en rijdt sindsdien tevreden zonder. En hard. Niet heel lang geleden deden we samen het kopje van Bloemendaal en het verraste me hoe hard hij omhoog ging. Het is natuurlijk een klimmetje van niks, maar ik word er niet graag afgereden. Ook niet als ik me laat verrassen op een klimmetje van niks.

Ieder mens wil groeien. Ons hele zijn is op die gedachte gebaseerd. Stilstand is achteruitgang. Het is gemakkelijk gezegd dat bergafwaarts ook bij het leven hoort, dat het onnatuurlijk is je daar tegen te verzetten, en accepteren dat het minder wordt een teken van wijsheid is. Maar ik ken nauwelijks mensen die daar heel blijmoedig over praten en bijna iedereen doet wel iets om het tegenovergestelde te bewijzen. De collegezalen zitten niet voor niks vol met pensionado-filosofen in spe. Ook die zijn op zoek naar groei, zij het niet op de Mont Ventoux.

Voorlopig blijf ik die getallen gewoon noteren. En in de benen kriebelt het meer en meer naarmate de zomer nadert. Toch nog maar een keertje naar de Ventoux?

Lees verder / reageer

Comfort zone

SONY DSCVerander goeroes weten het zeker. Leren doe je pas buiten je comfort zone. zolang je binnen de je vertrouwde wereld blijft, valt er niks te leren. Dan doe je alleen maar wat je al kunt. Zoek ik vaak de grenzen op? Mwoh… De ritjes Ventoux zijn duidelijk buiten de comfort zone. Zowel omhoog als omlaag. Met de reisfiets van Jena terug naar Nederland door volstrekt shit-weer met een op de eindeloze kinderkopweggetjes stuk gereden kont? Dan was duidelijk ruim buiten de comfort zone. De 16 % afdaling met de mountainbike over de slordig neergesmeten keien in het bos bij Weimar? Precies zo, zeker toen ik het lef had een moment mijn remmen los te laten. Maar verder? De trainings- en ontspanningstochtjes een paar maal per week gaan over bekende wegen. En bij slecht weer zet ik me op de binnenfiets. Curiosity kills the cat. Met het klimmen der jaren worden je haast ongemerkt wat voorzichtiger.

De wielerbaan van Alkmaar is een klassieke houten piste. 250 meter lang, de bochten dik veertig graden steil. Baanfietsen zijn minimalistische kunstwerken. Frame, stuur, twee wielen, ketting, klaar. Vergeleken met het gelikte hout van deze binnenbaan is zelfs het mooiste asfalt nog een hobbelweg. Dat moet hard kunnen gaan.

Met een dik dozijn mannen melden we ons op een zaterdagmiddag voor wat een clinic baanfietsen heet en daarna nog een lekker uurtje koersen. Dan denk je dat je aardig thuis bent op een fiets, maar dit is andere koek. De eerste kennismaking roept vooral aarzeling op. De fietsen sturen nerveus, doortrappen en geen rem zijn we niet gewend en de baan ziet er spekglad uit. De waarschuwingen laat weinig te raden over: met te weinig snelheid glipt in de bochten je achterwiel weg en donder je zonder pardon naar beneden. Het resultaat is een dozijn kerels ruimschoots buiten hun comfort zone. Als even later een van ons door een ongelukkige manoeuvre tegen het beton van het binnenterein klettert, zit de schrik er goed in. Twaalf angsthazen op de fiets.

De clinic is vooral bedoeld om je het gevoel te geven dat je nu ook weer niet zo heel ver over je grens aan het klooien bent. Na wat aansporing van de trainer begint het toch te draaien. Het klimmen in de baan, op halve hoogte voluit door de bochten jagen, je val-snelheid bij het uitkomen van de bocht benutten; het is een aparte sensatie. Al gauw gaat het hard. Veel harder dan buiten. Het fietst weliswaar vederlicht, tegelijkertijd vraagt het elke seconde je concentratie. De gedachte dat we dit een uur voluit zouden doen, schuiven we al snel aan de kant. Het is een totaal andere discipline dan op de weg. Even ontspannen om je heen koekeloeren zoals je op een racefiets gemakkelijk doet, kun je hier beter vergeten, wij in elk geval wel. Ter illustratie schuiven er tegen het einde van onze speeltijd nog een paar van boven naar beneden van de baan. Bij het uitrijden even vergeten dat je er wel wàt tempo in moet houden.

Na afloop staan we met drie dozijn schaafwonden onder de douche. Leuk? Zeker! Buiten de comfort zone? Helemaal! Leerzaam? Absoluut!, al is het maar dat we unaniem onze oprechte bewondering voor baanrenners uitspreken. Voor herhaling vatbaar? Hmmm, daar moet nog wat over gedacht worden. De eerste valpartij blijkt een gebroken heup te hebben opgeleverd. Dat is een wel heel pijnlijk leerproces. Doe mij nu eerst maar een maandje comfort zone.

Lees verder / reageer