Weimar-Jena

IMG_0045Het is een mooie tocht. Onderweg van Weimar naar Jena kronkelt de weg zich tussen glooiende graanvelden. Niet zoals in Noord-Frankrijk, met zijn eindeloze uitgestrektheid. Lieflijker, meer als in Limburg, hoewel je daar natuurlijker al jaren geen graanvelden meer vindt. De kerktoren een dorp verderop strekt zich met zijn spits net boven de heuveltop. Met breed uitgespreide vleugels zweeft een roofvogel op de thermiek omhoog. Een milde zon in een licht bewolkte lucht. De weg gaat weliswaar wat omhoog maar het voelt niet zwaar, en ik rijdt met een aangenaam ritme. Wat meer kan ik me wensen? 

Duitsland is een mooi fietsland. Elke regio heeft een groot aantal ‘gründlich’ bewegwijzerde fietsroutes, die vaak met elkaar verbonden zijn. Zo kun je het land doorkruisen zoals je maar wilt, zonder bij elke straathoek op de kaart te hoeven kijken. De koffiepauze gaat prima bij een Bäckerei in een dorp. Naast overheerlijke broodjes en allerlei ‘Kuchen’ die precies zijn wat een hongerige fietser zoekt, schenken die meestal ook een uitstekende kop koffie. Je vindt ‘s ochtends niet altijd een al geopend Gasthof met terras, meestal loont het de moeite in een dorpje even naar de dichtstbijzijnde Bäckerei te vragen. Wel vóór de middag, ze gaan vaak vroeg dicht. Veel routes in Duitsland volgen riviertjes. Dat betekent dat je niet hoeft te klimmen. Tenminste niet in de betekenis van in één ruk 500 hoogtemeters à 7% of meer. Dat wil niet zeggen dat het soms niet net wat langer dan leuk, gemeen omhoog kan gaan. Bijvoorbeeld als de route vindt, dat je die ruïne bovenaan de heuvel gezien moet hebben. Een echt klein verzetje is nu en dan onontbeerlijk. Uiteindelijk kom je dan altijd wel weer bij een mooi provinciestadje aan een rivier met een heel betaalbaar hotelletje. Altijd schoon en vaak ook nog met een goed ontbijt.

Over de spoorbaan linksaf. Net op tijd. Achter me begint het te klingelen. Ze doen hier de spoorbomen erg lang te voren dicht. Dat scheelt weer vijf minuten wachten. Ik roffel over de kopstenen door het dorpje. Ik ken de weg. Heen en terug is het precies 60 kilometer. Deze zomer rijd ik hem bijna elke dag. Zijn vijftien korte ritten ook een tocht? Normaal gesproken onderneem ik elke zomer wel een fietsreis van tenminste een week en liefst nog wat langer. Naar Saintes Marie bijvoorbeeld. Of naar Weimar. Of een rondje Nederland. Dit jaar niet. Mijn lief is Duitse. Ze is sinds enige tijd ernstig ziek, en licht deze zomer voor een intensieve behandeling in de Uni-kliniek van Jena. Niks verre fietsreizen. Dagelijks rijd ik op mijn mountainbike met in de messengerbag op mijn rug haar gewassen pijama’s en wat vers leesvoer van Weimar naar Jena. Ik heb een grondige hekel aan ziekenhuizen maar de fietstocht helpt. De route loopt over de Paulsberg. Op de heenweg betekent dat tien kilometer lang met een procent of twee omhoog. Dat is geen klimmen, dat voelt meer alsof je rem aanloopt. Ik probeer onbezorgd om mij heen te kijken, de natuur in te ademen maar na een kilometer of wat begint het tempo steevast terug te lopen en heb ik toch mijn aandacht bij het fietsen nodig. Na nog een klein laatste stukje bijterig 8% als uitsmijter ben ik boven. Banaantje en dan naar beneden. Zo traag als de steiging in de klim is, zoveel steiler is de afdaling. De bochten liggen weliswaar goed maar het wegdek is, zoals op zoveel plaatsen hier, bar en boos. Daarom fiets ik hier ook meestal op mijn mountainbike en niet op de reis- of racefiets. Ik schakel de voorvering vrij en suis nauwkeurig sturend met 60 km/u het Mühltal in. Even later freeweel ik Jena binnen. Daar is het oppassen geblazen. Voetgangers gaan voor, of denken dat ze voorgaan. Fiets- en voetpad zijn in Duitsland in de stad vaak gecombineerd en de wandelaars eigenen zich drie-breed-met-kinderwagen meer rechten toe dan ze hebben. Rijd ik in een wandelgebied of is dit een gewone weg? Plotseling oversteken zonder op of om kijken lijkt hier heel gewoon.

Na twee uur bezoek verzamel ik de vuile was, uitgelezen boeken en kranten, stop alles in mijn rugtas en neem afscheid. ‘Tot morgen’. Bij het bordje ‘einde Jena’ schakel ik terug naar een klein verzet. Wat heen een pijlsnelle afdaling was, is nu een taaie klim. Dat is goed voor me. Het verzet de gedachten.

Lees verder / reageer