Comfort zone

SONY DSCVerander goeroes weten het zeker. Leren doe je pas buiten je comfort zone. zolang je binnen de je vertrouwde wereld blijft, valt er niks te leren. Dan doe je alleen maar wat je al kunt. Zoek ik vaak de grenzen op? Mwoh… De ritjes Ventoux zijn duidelijk buiten de comfort zone. Zowel omhoog als omlaag. Met de reisfiets van Jena terug naar Nederland door volstrekt shit-weer met een op de eindeloze kinderkopweggetjes stuk gereden kont? Dan was duidelijk ruim buiten de comfort zone. De 16 % afdaling met de mountainbike over de slordig neergesmeten keien in het bos bij Weimar? Precies zo, zeker toen ik het lef had een moment mijn remmen los te laten. Maar verder? De trainings- en ontspanningstochtjes een paar maal per week gaan over bekende wegen. En bij slecht weer zet ik me op de binnenfiets. Curiosity kills the cat. Met het klimmen der jaren worden je haast ongemerkt wat voorzichtiger.

De wielerbaan van Alkmaar is een klassieke houten piste. 250 meter lang, de bochten dik veertig graden steil. Baanfietsen zijn minimalistische kunstwerken. Frame, stuur, twee wielen, ketting, klaar. Vergeleken met het gelikte hout van deze binnenbaan is zelfs het mooiste asfalt nog een hobbelweg. Dat moet hard kunnen gaan.

Met een dik dozijn mannen melden we ons op een zaterdagmiddag voor wat een clinic baanfietsen heet en daarna nog een lekker uurtje koersen. Dan denk je dat je aardig thuis bent op een fiets, maar dit is andere koek. De eerste kennismaking roept vooral aarzeling op. De fietsen sturen nerveus, doortrappen en geen rem zijn we niet gewend en de baan ziet er spekglad uit. De waarschuwingen laat weinig te raden over: met te weinig snelheid glipt in de bochten je achterwiel weg en donder je zonder pardon naar beneden. Het resultaat is een dozijn kerels ruimschoots buiten hun comfort zone. Als even later een van ons door een ongelukkige manoeuvre tegen het beton van het binnenterein klettert, zit de schrik er goed in. Twaalf angsthazen op de fiets.

De clinic is vooral bedoeld om je het gevoel te geven dat je nu ook weer niet zo heel ver over je grens aan het klooien bent. Na wat aansporing van de trainer begint het toch te draaien. Het klimmen in de baan, op halve hoogte voluit door de bochten jagen, je val-snelheid bij het uitkomen van de bocht benutten; het is een aparte sensatie. Al gauw gaat het hard. Veel harder dan buiten. Het fietst weliswaar vederlicht, tegelijkertijd vraagt het elke seconde je concentratie. De gedachte dat we dit een uur voluit zouden doen, schuiven we al snel aan de kant. Het is een totaal andere discipline dan op de weg. Even ontspannen om je heen koekeloeren zoals je op een racefiets gemakkelijk doet, kun je hier beter vergeten, wij in elk geval wel. Ter illustratie schuiven er tegen het einde van onze speeltijd nog een paar van boven naar beneden van de baan. Bij het uitrijden even vergeten dat je er wel wàt tempo in moet houden.

Na afloop staan we met drie dozijn schaafwonden onder de douche. Leuk? Zeker! Buiten de comfort zone? Helemaal! Leerzaam? Absoluut!, al is het maar dat we unaniem onze oprechte bewondering voor baanrenners uitspreken. Voor herhaling vatbaar? Hmmm, daar moet nog wat over gedacht worden. De eerste valpartij blijkt een gebroken heup te hebben opgeleverd. Dat is een wel heel pijnlijk leerproces. Doe mij nu eerst maar een maandje comfort zone.

Lees verder / reageer

Warteraum 2: als je partner kanker krijgt (afl. 6).

Kaal

Mei 2014. Twee weken na de Chemo is het zover. Het kondigde zich al een poosje aan. De borstel zat ‘s ochtends na het voorzichtig kammen steeds voller met haar. Anna hoopte dat ze het tot na de ziekenhuisopname zou kunnen uitzingen. Dat is dan tenminste gelukt. Oberarzt Scholl voorspelde het weken terug al, maar tot nu had het hardnekkig standgehouden. Glanzen deed het al lang niet meer. Stro. De week voor het ziekenhuis zoeken we in winkels naar passende mutsen en sjaals. Nog één keer naar de kapper. Sinds vanochtend komt er elke keer als ze met haar elke hand over haar hoofd strijkt een forse pluk mee. Op de hoek van de keukentafel verzamelt zich een heuveltje haar. ‘s Avonds om half tien hak ik de knoop door.

‘Kom, we knippen het af’. Anna knikt gelaten. We zetten een keukenstoel voor de grote spiegel in de badkamer. Eerst maar kortknippen. Anna kijkt aanvankelijk niet. Voorzichtig beweeg ik met de grote schaar om haar hoofd. Het is nog best veel als je het zo op de grond ziet liggen. Als ik met het knippen denk klaar te zijn, probeer ik wat over is met mijn Gilette af te scheren. Dat valt nog niet mee. De haren zijn te lang en verstoppen het scheermes hopeloos. We zeggen weinig. Pas na eindeloos verder knippen, lukt het me haar hoofd glimmend glad te scheren. Anna is vooral verdrietig. Ik ben nog een beetje trots dat het me toch maar zonder scheerwondjes gelukt is. Het is niet lelijk. Ik vind het helemaal niet lelijk. Haar hoofd is een bijna perfecte, kleine, gladde bol. Niet met van de lelijke knobbels en deuken die je bij sommige mannen ziet. Mijn woorden maken weinig indruk.

Zijn haren voor vrouwen iets anders dan voor mannen? Veel mannen scheren zich een kale kop. Om uitval te camoufleren, omdat het onder douche zoveel gemakkelijker is, of om erbij te horen. Omdat het stoer zou staan. Dat komt bij vrouwen niet voor. Daarvoor is het teveel een onderdeel van hun identiteit. Haren onderstrepen de vrouwelijkheid. Zonder voelt Anna zich meer een ding. Een ziek ding.

De eerste dagen is ze stil, terneergeslagen. Het is niet alleen maar om dat haar, zegt ze. Het is ook omdat je nu de hele dag weet dat je kanker hebt. En hoe de mensen naar je kijken! Dat is waar. Het valt zelfs mij op. Anna draagt buiten consequent één van haar mooie mutsen maar desondanks staren vooral vrouwen haar onbeschaamd aan. Aanvankelijk word ik er agressief van, bedenk een zo beledigend mogelijk zin in het Duits, maar haal uiteindelijk mijn schouders op.

Het lijkt alsof ik er snel aan wen, maar als we foto’s kijken van voor haar ziekte doet dat meer pijn dan gedacht. Anna vindt dat het er Scheisse uit ziet, maar het is niet anders. Het is zoals het is. Ook een zin die me langzamerhand de keel uit hangt.

‘Het komt wel weer terug’, troosten we elkaar, maar dat kan nog wel even duren. Na de bestraling staat er weer zo’n chemo gepland.

Lees verder / reageer

Met Machiavelli naar school (afl. 4)

Het doel heiligt de middelen?machiavelli

Als je in gezelschap de naam Machiavelli laat vallen, roept er altijd wel iemand ‘het doel heiligt de middelen’. Dat is een wel heel korte samenvatting van zijn denken. Machiavelli is voor velen de boosaardige leermeester van machtshebbers en intriganten, de ‘foute’ politici die geen middel schuwen om hun doel te bereiken en er alles voor over hebben om aan de macht te blijven.

‘Voetbal is oorlog’, zei Rinus Michels ooit. Hij werd er direct mee in de hoek van onze hoofdpersoon gezet. Michels bedoelde dat in voetbal veel van de strategische elementen van oorlogsvoering terugkomen. Maar Machiavelli staat voor velen in die hoek van foute denkers. Zijn naam is verbonden met de gedachte dat het eigen gelijk elk middel rechtvaardigt, hoe immoreel ook. Hij roept het beeld op van meedogenloze heersers en sluwe politici.

Het is niet moeilijk voorbeelden uit de wereldgeschiedenis te geven die illustreren hoe onmenselijk de gevolgen zijn, als je de stelregel ‘alles mag zolang het maar voor de goede zaak is’ in al zijn consequenties volgt. Maar weinigen zullen dat werkelijk blindelings volgen. Ter illustratie wijzen we dan graag naar de gruwelijke voorbeelden uit de historie, al is het maar om dezelfde fout geen tweede keer te maken. Maar daarmee is ‘het doel heiligt de middelen’ niet verdwenen. Integendeel. We zien er elke dag de voorbeelden van. In het groot bij internationale conflicten met precisiebombardementen en bermbommen of bij aanslagen op burgers. In het klein, bij het voordringen om een plaatsje in de trein, of net iets harder rijden dan toegestaan om op tijd op die belangrijke afspraak te zijn. Neem nu onderwijs. Je hoeft niet met een heel cynische blik naar de school te kijken om te concluderen dat Machiavelli daar vele volgelingen heeft. Jongeren in de volle kracht van hun ontwikkeling vier tot zes jaar achtereen elke werkdag van negen tot vier opsluiten in een lokaal, hen dwingen in bankjes naar volwassenen te luisteren en vervolgens met een uur of twee huiswerk naar huis sturen met als argument dat we ze toch op moeten leiden, wordt door heel wat leerlingen als een vorm van ‘het doel heiligt de middelen’ ervaren.

Machiavelli schrijft het niet eens met deze woorden in Il Principe. Op een andere plek, een brief aan een vriend, heeft hij geschreven: ‘men moet de politieke dingen aan hun doel beoordelen en niet naar hun middelen’. Dat, en de geur van 16e eeuwse meedogenloosheid die bij lezing uit zijn werk opstijgt, heeft tot de wat al te bondige samenvatting van zijn denken geleid.

Het is niet moeilijk zo’n uitspraak in algemene termen af te wijzen. Het doel heiligt natuurlijk niet alle middelen. Maar daarmee zijn we niet klaar. ‘Het doel heiligt de middelen’ heeft veel meer in zich dan een morele boodschap alleen. Het zegt iets  over een wezenlijke functie van leiderschap. Leidinggeven is geen bezigheid; het heeft een doel. Wat je doet en vooral ook hoe je de dingen doet, heeft een direct verband met wat je wilt bereiken. Een vriendelijk uitgesproken vermaning heeft een ander doel en effect dan een harde terechtwijzing. Een sussende toon geeft andere reacties dan een scherpe interventie. Vorm volgt functie heet dat. Leidinggeven, sturen, of het nu aan een klas of aan de hele school is, heeft een bedoeling en je kiest de passende middelen bij dat doel. Het ‘vorm volgt functie’ uit de management literatuur is de moreel opgeschoonde versie van het doel heiligt de middelen.

Leiderschap is een vorm van ‘belangen-vereniging’. Een middelgrote school heeft snel 50 of 60 leerkrachten. Duizend leerlingen is heel gewoon. Het kan niet anders of dat geeft ook grote verschillen in belangen. Maar ook op kleine scholen, zoals je die in het basisonderwijs veel vindt, zijn de belangentegenstellingen heel  zichtbaar. ‘Nee, dat gaat niet, want Ciska doet dinsdags mantelzorg’. Of ‘Peter wil liever geen tweede klassen meer…’. Leidinggeven in het onderwijs is, net als overal, leiding geven aan mensen. Niet om persoonlijke belangen of die van het bestuur na te jagen of de eigen mening door te drijven. De leiding zit er niet voor zichzelf. Geen macht om de macht. Volgens Machiavelli heeft leiderschap eerst en vooral een dienende rol. De leider is er om er voor te zorgen dat het volk ’wel vaart’. Dat is zijn opdracht, en daar dient hij zich met alle kracht voor in te zetten. Dat is het doel, daarvoor moeten de middelen aangewend worden. De stap naar de schoolleider en zijn school, of de leraar en zijn klas, is dan  gemakkelijk gezet. De schoolleider heeft tot taak er voor te zorgen dat het leerlingen en leerkrachten wel vaart. Maar wat is welvaren in een school?

Scholen zijn er niet als tijdspassering of om jongeren van de straat te houden. Ooit gestart als noodopvang bij het verbod op de mensonterende kinderarbeid – waar moest je met die kinderen heen, als de ouders 12 uur op de fabriek werkten? – is nu het eerste en belangrijkste doel van scholen goed onderwijs verzorgen. Welvaart in school wil zeggen dat leerlingen leren zonder daarbij voortdurend gehinderd worden door allerlei ordeverstoringen of gevaren van buiten. De school als dynamische en tegelijkertijd veilige en harmonieuze gemeenschap, met als bedoeling leerlingen zoveel mogelijk en zo goed mogelijk te laten leren. Dat is de opdracht van de schoolleiding. Daarvoor ben je schoolleider geworden. Dat is het doel en daar zijn de middelen voor. In de klas is het al niet anders. Daar is de leerkracht de leidinggevende. Hij zit daar niet om leerlingen blindelings te laten doen wat hij zegt, of om vooral de orde te bewaren. Hij zit daar om ervoor te zorgen dat leerlingen leren. Hij heeft de leiding om er voor te zorgen, dat leerlingen zich niet alsmaar zorgen  hoeven te maken. Hij heeft de leiding, opdat leerlingen niet voortdurend bezig moeten zijn zichzelf te beschermen tegen allerlei verstorend gedoe. Hij heeft de leiding, zodat leerlingen kunnen doen waarvoor de school in het leven is geroepen: zichzelf ontwikkelen, leren. Schoolleider en leerkracht, beiden leidinggevenden. De een voor de school, de ander voor zijn klas, beiden met in de kern hetzelfde doel.

Dat gemeenschappelijke doel kan gemakkelijk in gevaar komen. Waar verschillende mensen bijeen zijn, stapelen de belangenverschillen zich op. Als het er om spant staat het eigenbelang en dat je naasten bewust of onbewust voorop. Dan heiligt het doel veel middelen. Daarmee komt de leiding regelmatig voor moeilijke keuzes te staan. Wie geven we z’n zin en wie niet? Politieke spelletjes liggen op de loer. Politiek is onverbrekelijk verbonden met belangenstrijd. In de Tweede Kamer mag dat. Daar is het een ambachtelijk handwerk, en ook voor bestuurders van grote onderwijsinstellingen is het dagelijkse kost. Ook daar gaat het om belangen. Maar op het moment dat het politieke spel wordt ingezet om het persoonlijk belang te laten winnen van het schoolbelang, gaat er iets fout. Dan wordt politiek bedrijven een nodeloze tijd-en-energie verslindende bezigheid. Vergaderingen worden gehakketak, het gonst in de wandelgangen en er wordt flink voor- en doorvergaderd in de koffiekamer. De wortels van het menselijk gedrag mogen dan per definitie politiek zijn, op zo’n moment hebben we er in school vooral last van. Want als voor ons het ‘belangen-rijk’ is, mogen we veel van onszelf. Alle middelen worden uit de kast gehaald. Selectief argumenteren, overdrijven, jokken, liegen, draaien, dreigen, mokken, kwaadspreken, selectief informeren, bagatelliseren, verzwijgen, mooier voorstellen, ingewikkeld maken, druk uitoefenen… En dan hebben we het nog niet over ziekmelden, schorsen, reorganiseren of ontslaan. In de klas heet dat: ‘Nog één keer en je mag eruit…’. Allemaal middelen voor een oh zo nobel doel. Dat van jezelf of dat van de organisatie. De middelen zijn weliswaar door de eeuwen heen wat veranderd -we willen graag dat het er politiek correct uit ziet- maar de stelregel is gebleven.

 

Machiavelli leermeester van intriganten? Je kunt met messen brood snijden en mensen ombrengen en we maken ons zelf graag wijs dat wij van-het-brood-snijden zijn. Van Machiavelli leren we dat in elke organisatie ook politieke mores de dienst uit maken. Zijn ‘doel heiligt de middelen’ is het ‘vorm volgt functie’ van de zestiende eeuw. Hoe je de dingen doet, heeft alles te maken met wat je bereiken wilt. Of het nu om les- of leidinggeven gaat: je doet niet zomaar iets. Doel en middelen vormen één geheel. En daarbij uit de bocht vliegen kan iedereen overkomen.

Wie zonder ‘doel heiligt de middelen’ is, werpe de eerste steen.

Lees verder / reageer

Politiek incorrect

Clarkson ligt eruit…

Ze vonden het welletjes bij de BBC. Hij heeft iemand een mep verkocht en dat was na jaren van verboden grappen de spreekwoordelijke druppel. Merkwaardig. Eerst goede sier maken en veel geld verdienen met een programma voor zogenaamd echte mannen, en dan de presentator ontslaan als die zich dienovereenkomstig gedraagt.

Jeremy Clarkson was het belangrijkste gezicht van Top Gear. Een volstrekt overbodig programma overigens, over politiek incorrecte auto’s, met veel politiek incorrect commentaar. Maar wel erg grappig. Is Clarkson een foute man? Geen idee. Ik kon hartelijk lachen om zijn zogenaamd omstreden uitspraken. Top Gear was eerst humor, en pas daarna een auto-programma. Wekelijks subtiele beledigingen aan het adres van Opel-rijders, Fiësta bezitters, caravan-adepten, communisten in het bezit van een Lada, bewonderaars van de Morris Marina of de burgemeester van Londen en zijn verkeersbeleid. En dat alles ingepakt in typisch Engelse humor. Clarkson kon vreselijke dingen zeggen over auto’s en hun bezitters. Maar altijd met ’tongue-in-cheek’ en werkelijk niks en niemand was veilig. Eigenlijk was Top Gear een sitcom over auto’s met Jeremy Clarkson als Basil Fawlty. Weet u het nog? John Cleese in zijn misschien wel beste rol ooit, als uitbater van het gelijknamige hotel in de serie Fawlty Towers. Dat was ook een sitcom van de BBC. Toen mocht het blijkbaar nog. Basil Fawlty beledigde wekelijks zo’n beetje alles en iedereen wat in zijn hotel voorbij kwam: vrouwen, doven, oorlogsveteranen, Duitsers en niet te vergeten immigranten: Manuel, het Spaanse manusje-van-alles, ’he’s from Barcelona…’, was een geliefd mikpunt en werd, jawel, wekelijk door Basil naar hartelust geslagen voor heel wat mindere zaken dan een vergeten warme maaltijd.

Politiek incorrecte grappen strooit zout in wonden waarvan we liever net doen alsof ze er niet zijn. Ingepakt in de strenge wetten van theater en cabaretiers mag het nog net. Blijkbaar is bij de BBC iets pas humor als zij er een stempel van goedkeuring opplakken. Geen wonder dat er nooit meer een Monty Python kwam. Blijkbaar mag je bij de BBC alleen nog maar ergens om lachen als de baas het goed vindt. Opdat niemand er zijn handen aan brandt. Dat past wel bij een land waar ze de ISO-norm-onzin zo’n beetje hebben uitgevonden. Humor is pas humor als er humor op staat. Een goede politiek incorrecte grap wil mensen aan het denken zetten. Achter elke grap gaat een vaak pijnlijke werkelijkheid schuil. Je moet de grens opzoeken om te weten waar die ligt.

Is Clarkson een domme, rechtse bal die maar wat roept? Welnee. Eerder een slimme, wat ijdele man, met een scherp gevoel voor humor, die graag dingen hardop zegt. Zo ken ik er wel meer op tv. En met een voorliefde voor dikke, snelle auto’s natuurlijk. Dikke, snelle auto’s die hij bij herhaling volslagen overbodig noemde, maar ook leuk. Daar ben ben ik het twee keer met hem eens.

Clarkson cs vertrekken vermoedelijk voor veel geld naar Netflix voor een nieuw programma wat geen Top Gear mag heten, want die naam is van de BBC. Die zeggen op hun beurt gewoon door te willen met een nieuwe presentator. Beide programma’s zullen wel nooit meer zo goed worden als het origineel. Kijkers zoals ik zijn de echte verliezer. Weer een goed tv-programma minder.

Lees verder / reageer

Warteraum2: als je partner kanker krijgt (afl. 5).

Heimwee

In de wachtkamer van het bestralingscentrum wil ik alleen maar weg. Heimwee naar Warteraum 2. Het kan blijkbaar altijd nog erger. Delen van de Universiteitskliniek liggen verspreid door de oude binnenstad. Afgebladderde oudbouw. Het bestralingscentrum is in het gebouw met nummer 13. Voor het geval je bijgelovig bent. De inrichting is even vreugdeloos als in Warteraum 2, met het zelfde grijze wachtkamer meubilair. Grijs linoleum en bleek geel gesausde muren. Het lage plafond maakt het kleiner, bedompter. Geen ramen. Arbo wetgeving geldt niet voor wachtkamers, ook niet als wachten je dagtaak is. In Warteraum 2 had je door de brede gangen nog een gevoel van ruimte. Hier zit je voelbaar opgesloten in een hok, in een bestralingsbunker, dat maakt het nog een graadje neerslachtiger dan Warteraum 2.

We staan inmiddels voor stap 3 van de behandeling. Hier zullen we ongeveer een maand lang elke dag zijn. Het is geen prettige start. Wat een korte, eerste afspraak zou zijn, verandert in een lange, stroperige ochtend met voornamelijk wachten. Een kankerpatiënt moet blij zijn dat hij behandeld wordt. Zijn tijd doet er niet toe. Zitten en wachten tot je naam wordt afgeroepen. Tien minuten worden driekwartier zonder dat enige volgorde of noodzaak te ontdekken valt. Formulier – wachten – gesprek – wachten – formulier – wachten – gesprek. Veel woorden om te zeggen dat ze volgende week nog wat voorbereidend onderzoek willen doen. En dat bestraling invloed heeft op de zwangerschap. Anna is 59 en voor zover we weten niet zwanger. Nieuwe afspraak volgende week. Tot die tijd moeten er weer andere formulieren ingevuld, ondertekend en afgestempeld. Recepten weggebracht, medicijnen opgehaald en verwijzingen van de huisarts op orde gebracht. Over de bureaucratie in de Duitse zorg kan ik inmiddels een boek schrijven. Ziek zijn is hier een volledige baan.

Uit verhalen van anderen had ik begrepen dat bestraling weinig tijdrovend zou zijn, de dag niet volledig zou belasten, maar daar ben ik nu niet meer zo zeker van. De gedachte dat ik de komende maand veel tijd in deze ruimte door zal brengen stemt me niet vrolijk. Bestralingspatiënten zijn geen aantrekkelijke wachtkamergenoten. Ze zitten er bij als aangespoeld wrakhout, alle interesse in zichzelf en hun omgeving verloren. De folder op het tafeltje roept op tot optimisme, dat helpt de genezing. Daar is hier weinig van te merken. Het zit vol maar blijft doodstil. Wachtkamerstilte. Misschien is jezelf afsluiten nog wel het beste. Iedereen zit hier in het zelfde schuitje.

Eigenlijk doet alleen het laatste gesprek met Frau Oberärztin Stuhl er toe. Een niet lullen maar poetsen type. Een hand kan er niet vanaf. Ze bladert in haar papieren terwijl ze praat. Dan doen we dus eerst zus en dan zo. Dat zijn dan vijftien behandelingen en klaar is Kees… Nee, dat bijverschijnsel krijgt u niet. Ja, dat andere vermoedelijk wel. Wablief? Nee hoor, een dwarsleasie is niet waarschijnlijk. Wie heeft dat gezegd? Hmm. Slechter als nu wordt het lopen vermoedelijk niet. Mogelijk beter, maar we beloven niets. Alles duidelijk? Goedemiddag dan. Ik ben niet zeker of ze überhaupt gemerkt heeft dat ik bij het gesprek was.

‘s Middags kopen we twee flessen puike Brunello voor onze Ober-Ober Arzt Scholl die we later in de week nog treffen voor een bloedonderzoek. Hij waakt over het hele traject, maar met de maand bestraling en de rust periode er na, zullen we hem vermoedelijk een poosje niet zien. Scholl hoort bij Warteraum 2. Ik mis hem nu al. Je gaat je hechten aan die ene arts die laat merken dat hij zijn patiënt ziet.

Lees verder / reageer