Vakantietijd

Bij Oldenzaal gooide ik de tank nog een keer vol en haalde een koffie-to-go. Terug bij mijn auto sprak een jongenman mij aan. Vriendelijke uitstraling.

’Mag ik u iets vragen meneer. Gaat u richting Berlijn? En mogen wij dan met u meerijden?’

Ik was onderweg naar Hamburg. Laatste klusje voor de zomervakantie. Misschien reed ik dezelfde dag nog wel terug, maar als het me te laat werd bleef ik er wellicht slapen. Hamburg is een leuke stad. Ik ben goed in van werk een uitje maken.

Lifters? Dat was lang geleden. Ooit was het mijn spelregel dat ik ze mee nam als er een bordje en een rugzak was. Niet alles wat langs de weg staat kun je zomaar inladen. Na twee keer voor nop stoppen – nee, daar hoeven we niet heen – kwam de bordjes-regel.

’Ik ga nog ongeveer 100 km die kant op maar dan buig ik af naar het noorden. Zover mag je wel mee.’ Er was ook nog een vriendinnetje, de bagage was erg minimaal, maar eenmaal in de auto het verhaal des te beter.

Gisteravond laat, na een avondje stappen, had het studentenhuis besloten tot een wedstrijdje liften naar Berlijn. Vertrek vanaf 6:00 scherp. Er waren drie teams onderweg. Met dit team ging het voorspoedig. Voor de koffie al in Oldenzaal; niet slecht. Gezien die omstandigheden – een nachtje doorhalen en vervolgens op reis – vond ik ze er verassend fris uitzien. Een wedstrijdje is aan mij wel besteed. Het was niet druk op de weg. Hoogste tijd voor politiek incorrecte snelheden.

’Zal ik dan maar een beetje gas geven?’, vroeg ik met glimlach voor mijzelf. ‘Jullie mogen het zeggen als je het niet leuk meer vindt.’ Dat vonden ze prima. Even later bliezen we met 225 over de A2 en zat de dame achterin giebelend te bellen met de andere teams dat ze in een mercedes met boven de tweehonderd richting Berlijn vlogen. De tegenstand stond nog ergens bij Zwolle. Strijd wel beslist eigenlijk. Ik had er wel plezier in, en bracht ze uiteindelijk tot vlakbij Hannover. Ommetje, kon mij wat schelen. Bij het afscheid kreeg ik een keurig ingepakt cadeautje. Daar kwam thuis een zuurstok uit.

Laat maar schuiven die volgende generatie. Dat komt wel goed.

De komende weken neem ik die levenstijl ook maar weer eens aan. Onbezorgd thuis en onderweg. Misschien dat u het even zonder nieuwe bijdragen moet doen. Maar wellicht leidt het ook wel tot en ene stuk na het andere. We zien wel, dat lijkt me nu de beste houding. Vanaf 1 september ben ik weer streng voor mijzelf.

Lees verder / reageer

Met Machiavelli naar school (afl.10): al te goed is buurmans gek?

Een leidinggevende moet deugen. Een verstandige, eerlijke en beetje wellevende baas, dat is wat we willen. We hebben onze buik vol van achterdochtige, cijfergeile of botte managers en graaiende bovenbazen. Maar wat is deugen? Aristoteles sprak van een deugdzaam leven met zelfbeheersing, verstandigheid, rechtvaardigheid en moed. Niet met nu eens het één en dan weer het ander, maar steeds in samenhang met elkaar. Moedmachiavelli zonder verstandigheid zorgt immers niet zelden voor de grootste stommiteiten. Machiavelli maakt het lijstje flink langer en noemt steeds deugd en ondeugd. Goedgeefs tegenover inhalig, onverschrokken versus laf, soepel tegenover koppig en serieus naast oppervlakkig. Het wordt boeiend, als hij daarbij uitspreekt dat je de ondeugden als regel weliswaar moet vermijden, maar dat een heerser ook moet leren op het juiste moment niet goed te zijn: sommige deugden leiden als je even niet oplet zomaar tot je ondergang.

Neem nu deze vier: beminnelijk, barmhartig, goedgeefs en betrouwbaar. Wie wil nu niet dat er met zulke woorden over hem gesproken wordt? Als het tegenovergestelde gezegd wordt, hoogmoedig, wreed, inhalig, of onbetrouwbaar, ervaar je dat als directe belediging. Zo willen we niet bekend staan. Deugdzaam staat hoog in het vaandel van menigeen. In het waarden-en-normen-debat is regelmatig sprake van ’deugd’. De deugden zouden terug op het podium moeten.

Op je beurt wachten, iemand bij de kassa voor laten gaan, de sjachrijnige ober voor lief nemen. Iemand die altijd het goede doen wil, wordt gemakkelijk het slachtoffer van hen die het slecht met hem voorhebben. Al te goed is buurman’s gek heet dat. Leerkrachten die voor de klas alleen maar aardig zijn, komen er snel achter dat er ook nog wat anders nodig is om de les in het gareel te houden. Het lijkt zo’n nobele instelling: alles met de mantel der liefde bedekken, en onder alle omstandigheden de beschaafdheid zelve blijven. Maar is het ook effectief?

Neem nou Jeffrey. In elke groep zit wel een Jeffrey. Jeffrey is de aanvoerder, de ongekroonde koning van 2B. Onder vier ogen kan Jeffrey oh zo aardig zijn. Ja meester, nee meester, natuurlijk meester, ik zal het proberen meester. Maar in de groep zie je daar weinig van terug. Hij heerst als een despoot over zijn directe omgeving en als er ook maar de kleinste aanleiding voor is, schopt hij een conflict en trekt zijn omgeving mee. Jeffrey leert heel weinig van de  vriendelijke, vermanende woorden van zijn mentor in de lange gesprekken na schooltijd. Langzamerhand lijkt het wel of Jeffrey meer mag dan de rest. Meester wilde tot in het uiterste barmhartig zijn. Dat is een deugd. In dit geval een deugd waar Jeffrey weinig aan had. Uiteindelijk werd hij van school gestuurd.

Of neem meneer Berger. Meneer Berger wil liever geen les geven in de onderbouw, altijd in lokaal 16 zitten en graag de vrijdagmiddag vrij. De schoolleider snapt dat wel. Meneer Berger is een leerkracht met goede resultaten en heeft aanzien in het team; hij is één van die jarenlange steunpilaren van de school. In het gesprek laat de schoolleider doorschemeren zijn best voor meneer Berger te zullen doen. Hij heeft geen zin in ruzie. Hij wil beminnelijk zijn, mensen helpen als dat zo uitkomt. Hij wil iemand best een gunst verlenen en als het maar even kan zijn toezeggingen nakomen. De weken daarna weet hij het zo te plooien, dat de taakstelling van meneer Berger aan diens stoutste dromen voldoet. Meneer Berger blij. Vanaf nu zijn de bovenbouw, lokaal 16 en de vrijdagmiddag van hem. Een verworven recht vindt hij. Verworven onrecht is een betere term. Meneer Berger is geholpen maar de school niet. Is het niet de hoogste tijd om de beminnelijkheid ten opzichte van meneer Berger af te leggen en hem vriendelijk maar beslist te zeggen dat hij teveel vraagt?

Het overgrote deel van wat we leren voor ons dagelijks doen en laten, leren we niet uit boekjes, niet van preken van de leraar of de baas, maar uit ervaring. Directe, eigen ervaringen zijn onze leerschool. Niet het begripvol vermanende woord achteraf, maar de snelle, directe feedback, dat is de echte les. In onze hersenen werken fijnzinnige dopaminesystemen dag in dag uit volgens het principe van belonen en straf. Alles wat we ervaren wordt zo gearchiveerd als pret of pijn, als een ervaring die je wilt herhalen of juist vermijden. Door schade en schande wijs worden, kun je het noemen. De wil, vrij of niet, fietst daar met wat commentaar om heen, maar het heeft er alle schijn van dat Skinner met zijn koele, behavioristische kijk op ons bestaan, meer gelijk had dan we wellicht leuk vinden. Een leven vol cognitieve gedragstherapie. Zonder het ons te realiseren lopen we dag in dag uit onze plezierige ervaringen uit het verleden achterna. Belonen en straf werkt. Sterker nog, het is een belangrijk, voornamelijk onbewust, mechanisme achter wat we in ons dagelijks handelen wel en niet doen. Als de criminologie ons leert dat gevangenisstraf niet werkt in de bestrijding van de misdaad – en dat is toch straf? –  is dat niet in tegenspraak met het beloon-en-straf-mechanisme, maar eerder een bevestiging. De lage pakkans blijkt de grootste verleiding voor de recidiverende crimineel. De beloning is zo verleidelijk dichtbij, dat de mogelijke straf op de koop toe wordt genomen. Het systeem in onze hoofden werkt zeer subtiel. Het traint ons dag elke dag weer hoe we zonder er over na te denken, dat doen wat voor ons effectief voelt.

Daar staan we dan met onze goede wil. Wat moeten we met ons streven een goed mens te zijn, als we uiteindelijk toch niet veel meer zijn dan een machine die verleid wil worden. Aristoteles gaf al een aanzet in het denken hoe hier mee om te gaan. Niet alleen maar goed, maar de slingerweg tussen teveel en te weinig was volgens hem de ‘rechte weg’. Machiavelli gaat nog een stapje verder. Hij zegt: ‘Houd op met alleen maar goed zijn!’. Goed bestaat slechts bij de gratie van slecht. Je kunt het ene niet zijn zonder het andere. Goed bestaat niet zonder slecht. Pardon? Moet een leidinggevende, de directeur, de teammanager, de leerkracht durven slecht te zijn?

Machiavelli’s antword is een duidelijk ja! Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. En de dankbaarheid van die patiënt zal van korte duur zijn. Jeffrey leert geen grenzen kennen en meneer Berger wordt een rupsje-nooit-genoeg. We leren niet alleen van beloning, we leren ook van straf. Straf, niet in de enge zin van strafregels, of bestraft worden, maar straf als scherpe tegenspraak, duidelijke grenzen en klare taal als we die grenzen overschrijden. Jeffrey was vermoedelijk beter af geweest met een bijtijds onbarmhartige leerkracht. En de schoolleider realiseert zich niet dat hij met zijn beminnelijke vrijgevigheid voor meneer Berger de school geen dienst bewijst.

Een keer niet beminnelijk, een einde aan de barmhartigheid, dat kunnen we ons misschien nog wel voorstellen. Maar onbetrouwbaar? Kan het een leidinggevende sieren onbetrouwbaar te zijn? Niet doen wat je gezegd hebt, geeft al snel een aura van onbetrouwbaarheid. Maar elke ervaren leerkracht en elke door de wol geverfde directeur weet ook dat de omstandigheden je kunnen dwingen op eerder gedane toezeggingen terug te komen. ‘Maar meester, u had gezegd dat…’ of  ‘3C zou toch gesplitst worden…?’.

‘Nee, dat kan niet doorgaan, ja! ik vind het ook vervelend, maar zo is het.’

Met wat minder barmhartigheid had Jeffrey wellicht zijn school wel afgemaakt en meneer Berger zijn kwaliteit ook in de onderbouw kunnen tonen. Goede leidinggevenden zijn niet alleen maar beminnelijk, barmhartig, goedgeefs of onder alle omstandigheden betrouwbaar. Natuurlijk, het is goed het slechte te vermijden. Maar sommige deugden leiden tot je ondergang. Soms moet je het tegenovergestelde zijn. Luister naar Machiavelli. Al te goed is buurmans gek.

Lees verder / reageer

Quote 5: Every time you slept with me…

Cameron Diaz krijgt niet zo vaak een mooie tekst in de mond gelegd, maar deze mocht er zijn. Vanilla sky uit 2001. Diaz wacht Tom Cruise op, als hij ’s ochtends in alle vroegte uit het huis van zijn nieuwe liefde komt. Ze geeft hem een lift. Diaz wil hem terug, voor haar alleen, maar Cruise voelt zich vrij.

  • You promised me!Afbeelding Typemachine
  • I never promised you anything.
  • Oh yes you did… Every time you slept with me, your body did a promise.

Zo! Dat is dan helder. En volgens neuro-wetenschappers heeft ze nog gelijk ook. Noem het maar het oxytocine effect. Dat is de neurotransmitter die een belangrijke rol speelt bij intimiteit, het ontstaan van vriendschappen en zorg. Tsja. Gevoelens komen ook uit de hormonen-winkel, het is niet anders. Dat intimiteit een band schept, daar is natuurlijk niks verbazingwekkends aan. Het lijkt me een zinvolle maatregel van de evolutie. Wellicht dat daarom veel mannen kiezen voor seriële-monogamie. Een vertwijfelde poging het oxytocine-niveau laag te houden. Zeg dan toch gewoon dat je bindingsangst hebt. Dat mag. Omgekeerd zal gebrek aan intimiteit die band dan wel  ondergraven. Ook maar eens over nadenken.

’Every time you slept with me your body did a promise’, zegt Diaz, en geeft een dot gas. Wat volgt is een scène die je niet snel vergeet. Een goede les voor het liefdesleven. Kijken die film. Samen!

Lees verder / reageer

Proloog

Vrijdagnacht om half vier loopt de wekker af. Het is nog donker als ik op de fiets klim. Net als vijf jaar geleden. Toen startte de Giro in Amsterdam. ’s Nachts om een uur of vier op de racefiets naar het Stadionplein, met het vaste voornemen een voor mij snelle tijd neer te zetten. Het werd een halsbrekende rit. Krappe bochten, en met veertig in het uur tussen tramrails door bleek nog een hele uitdaging. Het eindigde met lek op de Ceintuurbaan.

U wilt de vloeken niet lezen. Weer thuis peuterde ik een vlijmscherpe glassplinter uit de band. Restje Koninginnenacht. Inmiddels ben ik verhuisd naar omgeving Utrecht. U begrijpt, het plan was snel gesmeed toen bleek dat de Tour in 2015 daar zou starten. Hoogste tijd voor een revanche.

Ik rijd in een stevig tempo richting Utrecht. Het is ook opwarmen. Twaalf uur eerder heb ik het parcours verkend. Het lijkt goed te doen. De enige kritische bocht, de slinger bij het Ledig Erf, kan ik denk ik met mijn snelheid bijna vol door. Gewoon hard stampen dus en maar kijken waar het schip strand.

In de avond zouden ze de hekken plaatsen. Dat hebben ze gedaan. Weliswaar loopt bijna overal parallel een breed, strak fietspad, maar over het echte parcours is natuurlijk leuker. Daarvoor doe je het. Om precies half vijf klim ik met mijn fiets op mijn nek over de dranghekken bij de Berenkuil. Om niet tweemaal voor Piet Snot door de half afgesloten stad te moeten, heb ik voor mij de start-finish bij de Berenkuil gelegd. Aan de andere kant van het parcours, bij de eigenlijk start achter CS, keer ik dan wel scherp. Zo fiets ik toch de officiële 13,8 kilometers zonder zoeken door de stad.

De eerste kilometers valt het me moeilijk voluit te gaan. Is het echt goed afgezet? Geen blind jakkerende taxi’s van rechts? Nergens ineens een afsluiting? En onbewust wil je toch ook iets bewaren voor de laatste kilometers. Dat laatste is fout, spreek ik mijzelf ferm toe. Ik schakel een tandje groter en trek mijzelf staande nog een keer extra op gang. Gaan we stuk dan gaan we stuk. Een kilometer of wat gaat het als een speer. Soms is het even extra uitkijken omdat ik in het grijze ochtendlicht niet altijd direct scherp heb hoe de dranghekken staan. Middenop blijven en malen. Het lukt me doorlopend rond de 35 te blijven met uitschieters naar boven. Bij de Albatrosstraat gaat het voor de eerste keer mis. Wat ze aan het doen zijn weet ik niet, maar twee vrachtauto’s blokkeren het parcours. Ik wordt bars naar het fietspad verwezen, moet me weer op gang trekken, maar zie even later toch weer kans tussen twee dranghekken door het parcours op te schieten. Dat herhaalt zich nog een keer of vier. Het moet eruit gezien hebben als een cyclecross. Een maffe eenling die van zijn fiets springt, hem over zijn schouder slingert, over het hek klimt en er aan de andere kant weer als een speer vandoor gaat.

Halverwege de Uithof wordt het extra leuk. De route loopt over de busbaan, asfalt als een biljartlaken. Hier gaat het echt hard. Ik trek nog even alles uit de kast. Zo tijdrijden is leuk hoor. Het doet wel zeer, maar dat is nu even niet erg. Uit de tunnel van de Berenkuil klok ik op precies 13,8 km af.

27 minuut 50! Shit, ik had onder de 25 gewild. Die vijf klauterpartijen hebben me de das om gedaan.

Ach, wat kan het schelen. Ik blijk het overgrote deel met 95% van max hartslag gereden te hebben. Twintig minuten in het rood! Dat was voor het laatst op de Ventoux. Dan zat er vandaag dus echt niet meer in. En het was vooral heel leuk. Fluitend fiets ik terug naar huis.

Lees verder / reageer

Quote 4. Frankly my dear…

Gone with the wind. Rhett Butler in de rol van vrije jongen in oorlogstijd en Scarlett als het ultieme verwende kreng. Vier uur film. Het is dat de mussen van het dak vallen anders zou ik zeggen kijken, nu. Een 75 jaar oude film voor het gehele gezin, een van die klassiekers. Stop maar in de koffer voor op een regenachtige dag.

Frankly my dear I don’t give a damn. Het werd verkozen tot het beroemdste filmcitaat ooit, en had bijna niet in de film gezeten omdat vloeken in films toen nog verboden was. De producer betaalde een boete van vijfduizend dollar maar knipte het er niet uit.

Zeg het niet zomaar tegen je geliefde. Het is het definitieve vaarwel van Rhett aan Scarlett, geen terloopse opmerking.

Scarlett handenwringend  boven aan de trap, Rhett met de buitendeur al in de hand:

  • Wat moet er van mij worden zonder jou?
  • Dat interesseert me geen bal!

Frankly my dear I do’n give a damn. En hij slaat de deur dicht. Scarlet, een ijdel nest, haar leven leven lang liegend en bedriegend uitsluitend op zoek naar het eigen geluk, krijgt eindelijk haar trekken thuis.

De film sluit haarfijn aan bij de discussies over opvoeden. De charmante Scarlett windt iedereen om haar vinger, wordt voortdurend in de watten gelegd, onophoudelijk geprezen en krijgt zonder inspanning wat ze wil. In onderwijstermen heet dat feedback op wat je bent in plaats van wat je doet. Dat werkt fataal uit. Toen en nu. Het is beloning zonder prestatie. Daar moet je zuinig mee zijn. Dat kweekt Scarlettjes. En daar loopt het slecht mee af.

Lees verder / reageer