Mobieltjes in de klas

Opeens stond het weer in de aandacht. Next en Correspondent schreven erover. De media voor de jonge intelligentsia godbetere. De dagen er na puilde de ingezonden brieven rubrieken uit. Het mobieltje in de klas: bron van onrust, gebrek aan aandacht en allerlei ongewenst gedrag. Over de oplossAfbeelding Onderwijsing hoeven we geen referendum te houden. Columnisten en voxpop waren het snel eens: verbieden dat ding.

Verbieden?

Kan pedagogisch Nederland anno 2016 niks beters bedenken? Verbieden? Alsof dat iets oplost. Ik ben de laatste om te beweren dat het geen probleem is. Dat is het wel en geen heel gemakkelijk. Maar wie zei er dat voor de klas staan gemakkelijk was? Onderwijzen, les geven zo je wilt, is een buitengewoon complex beroep. Ook met diep opgeborgen mobieltjes  lukt het maar een beperkt aantal docenten leerlingen zo te onderwijzen, dat ze ook werkelijk allemaal bij de les zijn. Een goede leraar is een begaafd multitasker die, als een piloot van een vliegtuig in zwaar weer, doorlopend op hem afgevuurde informatie moet waarnemen, duiden, ordenen, rangschikken, afwegen en dan ook nog snel en adequaat reageren. Of juist niets doen, dat helpt soms ook, maar ook dat is een besluit. Soms goed, soms fataal. Mobieltjes in de klas maken dat allemaal niet gemakkelijker.

Het meest teleurgesteld ben ik nog over het gebrek aan reacties over hoe we er in de klas aan zouden kunnen werken dat leerlingen met dat kreng leren omgaan. Want dat  het afleidt, oppervlakkigheid stimuleert en – nog erger – allerlei ongewenste gedrag onder handbereik brengt, dat is allemaal waar. En met alleen maar vriendelijk vragen ga je het niet redden tegen 28 goedgebekte 16-jarigen. Maar niks doen is geen optie.

Verbieden? Het ding is er en gaat niet meer weg. Er komen hooguit opvolgers waar je nog meer mee kan. Onderwijs is een dankbaar reservaat voor mensen die vinden dat alles hetzelfde moet blijven. Dat het vroeger beter was. Bedoelen ze de tijd toen vrouwen op school nog ontslagen werden als ze zwanger bleken en er op zaterdag gewoon les was? De telefoon hing toen meestal nog in de gang. Als je er al een had. Met de overheadprojector en videorecorder werd nooit gedaan wat je er echt mee kon. Die sleten hun tijd in de bezemkast. Menig smartbord wordt gebruikt voor van links boven tot rechts onder volgeschreven powerpoints, de goede gebruiker niet te na gesproken natuurlijk.

En nu? Nu heeft de jeugd betere spullen dan wij. Dat maakt het extra interessant. Verbieden? Drank onder de achttien is verboden, drugs liggen aan de ketting en sigaretten kopen mag op die leeftijd ook niet. Coma zuipen is sinds enige tijd een serieus probleem, drie stappen buiten het plein wordt volop gerookt en ik zou de leerlingen die met een joint achter de kiezen de les volgen niet graag de kost geven. Lang leve verbieden. Het handhaven gaat de meeste docenten ook al niet gemakkelijk af. Zetten ze na dagen vergaderen verplicht en volgens afspraak een bakje bij de deur waar leerlingen het apparaat in moeten leggen, blijkt dat ze er twee hebben. Of drie. Verbieden-helpt-niet. En alleen maar verbieden al helemaal niet. Daar is een eenvoudige verklaring voor. In de zoektocht naar grenzen, eigen aan die leeftijd, is alles wat verboden is alleen maar extra interessant. Sommige boeken uit de kast van mijn ouders mocht ik niet lezen. U begrijpt waar ik het eerste naar greep als ze een avondje weg waren. Zeg tegen een klas ’ik verbied jullie bladzijde 54 te lezen’ en kijk wat er gebeurt. We zullen echt iets anders moeten bedenken als we willen dat het ding het onderwijs niet verstoort.

We moeten het omkeren. Voor ons karretje spannen. Ik zag al flink wat docenten die de smartphone heel creatief en gericht weten in te passen in hun lesplan. En leerlingen die hem prima volgens zijn aanwijzingen gebruikten. Leerlingen noteren er hun huiswerk in, zoeken dingen op, vormen app groepjes over een vraagstuk, nemen hun spraak op bij vreemde talen, filmen het experiment…

Als we dat nou nog eens wat beter gingen doen? Het is tijd voor een smartphone didactiek gericht op leren. Laten we niet gaan zitten wachten tot dat een of andere hooggeleerde er iets over zegt. Ga hem gebruiken. Zoek met fris denkende collega’s uit wat je er allemaal in de klas mee kunt doen en ga dat doen. Niks vergaderen, ga experimenteren! Maak hem zo noodzakelijk  dat leerlingen hem thuis moeten ophalen als ze hem vergeten zijn. Dat ze gaan klagen, ’niet weer met de smartphone meester, mogen we nu een keer een boek?’. En als je er niet mee werkt ligt hij stil en omgekeerd naast de leerling op zijn bank. Net als vroeger: agenda’s dicht. Hoe vaak ik dat niet gehoord heb…

Lees verder / reageer

Typhoon

Ik ken hem alleen van tv en interviews. Het lijkt mij een ontzettend sympathieke jongen. Niet het type waar je in het donker met een boog omheen loopt, los van welke kleur dan ook. Maar hij is dus wel staande gehouden zoals dat heet. De coAfbeelding Columnsmbi van auto, leeftijd en huidkleur maakte de agenten achterdochtig. Ik snap wel hoe dat gaat, maar dat maakt het niet goed natuurlijk. Gewoon fout eigenlijk. Het gebeurde mij ook een keer met mijn glanzende nieuwe limousine. En zo jong en wild zie ik er toch niet uit. Toevallig ook ergens in de buurt van Zwolle. Of is dat geen toeval? Geen idee.

’Mooie auto meneer’, zei de agent toen, terwijl hij beschaafd naast de passagiersstoel hurkte. Ik beschouwde dat nog als een compliment. Na controle van de papieren mocht ik doorrijden. Bij Typhoon schijnt het minder leuk te zijn toegegaan. Minister van der Steur reageerde op dit ’incident’ met dat Typhoon wellicht een bijdrage kan leveren aan de opleiding van agenten. Altijd doen natuurlijk, maar of het helpt? Agenten beslissen in een seconde wat te doen. Zo’n snel besluit  is voornamelijk intuïtie gestuurd en intuïties veranderen met een extra lesje? Vergeet het maar. Die snelle reactie is gebaseerd op stevig verankerde ervaringen, beelden en opvattingen. Die veeg je niet zomaar uit. De snelheid maakt de reactie dubbel onzorgvuldig. Er is geen tijd voor echte reflectie. Quick en dirty zogezegd, en daarmee niet zelden een vooroordeel: je verstand staat even op nul.

Maar goed, het verhaal blijft schuren. De zoon van mijn vriendin rijdt voor zo’n Driver-service. Studentenwerk. Groot-verdieners in hun slagschepen ergens naar toe rijden en met de studenten OV-kaart terug. Leuke bijverdienste. Regelmatig moet hij ook een poosje op een klant wachten en dan mag hij de auto best even gebruiken. Een jong studentje in een buitenmaatse limousine.  Een vette Jaguar, grote Lexus, dat spul. En hij ziet er echt heel jong uit. Wel in een net overhemd en ja, heel wit; blank dus… Nog nooit aangehouden. Dat geeft toch te denken.

Hoe kwalijk ook, ik moest bij alle ophef toch ook even glimlachen. Die auto. Typhoon rijdt in een een Mitsubishi. Wel een tamelijk dikke, toegegeven, maar het zou ook nog wel eens een hybride kunnen zijn. Meer de auto van een lekker draaiende zzp’er dan van een ontspoorde jongere.

Kruimeldieven op zoek naar een carrière op het slechte pad, verplaatsen zich graag in opgefokte golfjes met verkeerde uitlaten. Het middenkader maakt zijn verkennende rondjes in een Audi  A3 RS. Net als in de bovenwereld rijden de grote jongens weer anders. Dan denk je meer aan een fonkelnieuwe BMW 7, Mercedes AMG of een A8, met een Bentley Continental voor de bovenbaas. Zegt mijn  intuïtie wel te verstaan. Want ja, er zijn ook talloze goudeerlijke mensen die deze auto’s rijden. Maar een Mitsoe? Als fout Nederland daarvoor kiest, is de criminaliteit wel behoorlijk gedemocratiseerd. Meer nog dan een cursus invoelend vermogen, lijkt het herkennen van mogelijk suspecte automodellen gewenst. Auto’s gaan steeds meer op elkaar lijken, ook de grote. Regelmatige bijscholing lijkt gewenst.

Dan mag Typhoon voortaan gewoon doorrijden.

Lees verder / reageer