Vooroordelen de school uit!

De politieke ontwikkelingen zijn niet vrolijk makend. Het zonder veel nadenken alles maar roepen, feiten en meningen hopeloos verwarren en vooroordelen debiteren zonder die aan een kritische blik te onderwerpen, is dagelijkse kost geworden.Afbeelding Onderwijs

Ook in klaslokalen. Onderwijs wordt voortdurend een belangrijke rol toegedicht in de ontwikkeling van goed burgerschap en helder denken, maar veel docenten mijden begrijpelijkerwijs de confrontatie en zo worden scholen tot jungles waar je de kop maar beter tussen de schouders kunt houden. Dat kan anders.

Door een toeval stuitte ik op een bijzondere, met omvangrijk onderzoek ondersteunde bron, die me duidelijk maakte hoe actueel de argumenten voor werken met Samenwerkend Leren (swl) in de klas zijn. Juist nu. In een artikel in de Groene Amsterdammer over de verkiezingen in Amerika, werd in een bijzin verwezen naar de theorie van Allport, waarin (doelgericht) samenwerken wordt gezien als dé methode om vooroordelen tussen groepen te slechten. Al sinds eind vorige eeuw heb ik met regelmaat groepen docenten getraind in het werken met swl. En hoewel altijd met enthousiasme ontvangen, wordt het tot op de dag van vandaag maar op weinig scholen echt goed gebruikt. Het artikel in de Groene leidde naar bemoedigend onderzoek.

Goed beschouwd is vermoedelijk Gordon Allport (1897-1967), een van oorsprong Amerikaanse psycholoog, voornamelijk in Europa werkzaam en een van de grondleggers van de persoonlijkheidspsychologie, degene geweest die als eerste kenmerken en effecten van swl heeft geformuleerd. Zijn boek ‘The nature of prejudice’ uit 1954 wordt tot op heden als het standaardwerk op het gebied van discriminatie en vooroordeel beschouwd. De aanleiding tot het formuleren van zijn theorie was een buitengewoon uitgebreide studie naar het functioneren van militairen in pelotons met een gemengde zwart/blank samenstelling versus geheel blanke pelotons tijdens de tweede wereldoorlog en de invloed van dat samenwerken op hun opvattingen over elkaar. De uitkomst sloot aan bij eerdere waarnemingen van hem en vormde de basis voor wat Allport in zijn boek ‘de contacttheorie’ noemt. Zijn conclusie vervat in de contacttheorie luidde:

dat doelgerichte, goed gestructureerde samenwerking tussen personen afkomstig uit verschillende culturen, een opvallend groot positief effect heeft op hun opvattingen over die groep en de wens met hen te willen samenwerken.

Anders gezegd: samenwerken, mits goed georganiseerd, neemt vooroordelen weg.

Dat lijkt me een actueel thema.

De geschiedenis

Samenwerkend leren (swl) is een van de best beschreven en meest gedocumenteerde onderwijsstrategieën waarover leerkrachten kunnen beschikken. Samen met directe instructie en (metacognitieve)reflectie rekent John Hattie (2009) het in zijn veelomvattende studie ‘Visible Learning’ tot de meest effectieve vormen van onderwijs. Bij al het onderzoek dat naar de effectiviteit van samenwerkend leren gedaan werd, moet gezegd worden dat veel van de geciteerde studies van de hand van zijn van wat je de grondleggers van swl zou kunnen noemen. Vooral  Johnson en Johnson en Elisabeth Cohen, pioniers en fervente voorstanders vanuit sociaal-maatschappelijke argumenten, worden veel genoemd. Zij begonnen hun werk relatief kort na de publicatie van Allports boek, toen een wetenschapper van naam. Het lijkt er sterk op dat zij met hun vormgeving van ‘cooperative learning’ ten tijde van de opheffing van de rassenscheiding in het onderwijs, geïnspireerd werden door het werk van Allport en het onderzoek waarop hij zich baseerde. Hun pleidooi werd vanaf het eind van de vorige eeuw nog versterkt door Bellanca en Fogarty die de koppeling legden tussen leren, hardop denken en samenwerkend leren vanuit een constructivistische opvatting over leren en Spencer Kagan die het vooral vanuit effectief klassemanagement en heldere instructie verdedigde.

Waarom nu?

Vooroordelen zijn met de moderne media de klas ingeslopen. Als zij er niet altijd al waren, zijn ze nu in elk geval zichtbaar en – vaak luidkeels –  hoorbaar. Ongewenst vanuit principes van goed onderwijzen en voorbereiding op goed burgerschap, onaangenaam voor het klimaat en buitengewoon hinderlijk voor het leren dat de leerkracht probeert vorm te geven. Veel leerkrachten worstelen hoe daar mee om te gaan. Heen en weer geworpen tussen de keus voor opgewonden discussies en alle onrust daarbij, de tijdsdruk van het curriculum en de vaardigheid die het vraagt in dat klimaat te opereren, wordt het onderwerp vaak maar vermeden. Maar je kunt ook iets doen zonder het expliciet onderwerp van gesprek te maken. Noem het maar ‘de Allport aanpak’; werken met zijn ’contacttheorie’.

Dat is iets anders dan leerlingen opeens of zomaar met elkaar laten samenwerken. We hebben het over samenwerkend leren, dat is een strategie. Er is veel kennis en ervaring beschikbaar over de mogelijkheden van samenwerkend leren in de klas en het effect daarvan op het leerklimaat. Niet alleen wat betreft theorie, maar vooral ook gericht op de praktische vormgeving in de praktijk van alle dag. Ondanks al deze kennis speelt echt samenwerkend leren, vakkundig uitgevoerd met alle criteria zichtbaar in de klas, maar een kleine rol in het overgrote deel van de lessen op de scholen die ik bezoek. Er wordt wel met enige regelmaat door leerlingen samengewerkt, maar dat laat zich meestal beter karakteriseren als ongestructureerd groepswerk dan als samenwerkend leren en is dan ook als regel weinig effectief als het gaat om leren of verbetering van sociale interactie. Zo gebruikt veroorzaakt samenwerking meer problemen dan dat het oplost. En dat in een tijd waarin de vooroordelen over verschillende groepen binnen de samenleving tot meer en meer tegenstellingen leiden en de conflicten daarover op de sociale media en in school voor leerlingen dagelijkse kost zijn geworden. Dat doelgerichte, goed gestructureerde en door de leiding gefaciliteerde samenwerking tot het verminderen van interculturele spanningen leidt, is onder sociologen sedert het werk van Allport en mensen na hem gemeengoed. Samenwerkend leren voldoet aan de criteria die zij stellen.

Het onderzek

Het onderzoek waar Allport zijn theorie op baseert vond plaats in het Amerikaanse leger en was van een enorme omvang. Er was veel geld beschikbaar, omdat de legerleiding vreesde dat de noodzakelijk toelating van afro-amerikanen tot het leger aan het einde van de tweede wereldoorlog, zou leiden tot demotivatie van de blanke soldaten. De uitkomst van het onderzoek was buitengewoon opvallend en van grote betekenis voor het onderwijs van nu. 62% van de soldaten met ervaring uitsluitend in geheel blanke pelotons gaf aan in de toekomst óok niet met zwarten te willen samenwerken, tegen 7% van de soldaten met ervaring in het werken in gemengde pelotons (Smith, the nature of interrational contacts 1943). Een ook naar huidige onderzoeksmaatstaven buitengewoon opvallend en groot verschil. Singer (1948) herhaalde het onderzoek met de samenwerking tussen blank en zwart op koopvaardijschepen en kwam tot een soortgelijke conclusie en Bramfield (1948) vertaalde dit naar schoolsituaties na langdurige observaties van samenwerking tussen leerlingen in scholen en versterkte de conclusie nog met de observatie dat conflicten en vooroordelen ten opzichte van elkaar toenamen als leerlingen uit de verschillende bevolkingsgroepen in school van elkaar gescheiden werden gehouden.

Allport kwam na zijn analyse van de onderzoeksresultaten met een vijftal voorwaarden voor die effectieve samenwerking:

  1. Gelijke status
  2. Gemeenschappelijk doel
  3. noodzakelijke samenwerking ipv competitie om doel te bereiken
  4. Overheidssteun
  5. (later toegevoegd) Elkaar leren kennen

Kenners van de strategie samenwerkend leren zal de grote overeenkomst opvallen tussen Allports voorwaarden uit 1954 en de kenmerken van samenwerkend leren zoals tegenwoordig algemeen geformuleerd (Ebbens en Ettekoven, 2016). De Nederlandse onderzoeker Jeroen Janssen (2014) kwam nog onlangs tot soortgelijke conclusies. Hij benadrukt dat groepen heterogeen naar meisjes en jongens effectiever zijn en dat bij ‘vriendengroepen’ het leerrendement lager is. Een van de oorzaken daarvoor zou zijn dat binnen een groep gelijkgestemden minder aan elkaar doorgevraagd wordt en daardoor minder leergesprekken plaatsvinden.

Conclusie

Kortom, het is weer tijd voor samenwerkend leren, als die tijd al ooit weggeweest is. Samenwerkend leren, zorgvuldig vormgegeven volgens de criteria zoals die ooit door de grondleggers werden vastgesteld, waarbij leerlingen van elkaar afhankelijk zijn om hun doel te behalen en waarbij de groepssamenstelling bewust heterogeen is naar geslacht, culturele achtergrond en mogelijkheden. Dat vraagt om leerkrachten die de moeite willen nemen zich te verdiepen in de strategie met al zijn mogelijkheden en valkuilen, leerkrachten die stelling durven te nemen, die leiding kunnen geven aan hun groep en onderwijskundige uitdagingen aandurven.

Waar wachten we op?

Simon Ettekoven

Lees verder / reageer