Zelfsturing?

Het idee waart al enige tijd rond. Zelfsturing als toverwoord tegen alle organisatiekwalen. Was dat maar waar. Was de oplossing voor niet functionerend management maar zo simpel. Er is niets tegen leidinggeven mits dat goed gebeurt. Laten we het kind niet met het badwater weggooien.Afbeelding Columns

De boekenplank vult zich gestaag met de schrijfsels van de laatste generatie management guru’s zoals ’Verdraaide organisaties’, ’Reinventing organisations’ en ’Nooit af’ om maar eens drie populaire titels te noemen. Elke keer als ik dat type boek lees, vraag ik mij af hoe die in hemelsnaam zo populair kunnen worden. Goed beschouwd staan ze maar één stap af van de bulk aan zelfhulpboeken waarmee we overstroomd worden. Daarmee hebben ze ook direct een groot gebrek gemeen: wat voor de één de gouden oplossing is, is voor de ander van de regen in de drup. Net zo min als er standaardoplossingen voor mensen bestaan, bestaan die ook niet voor organisaties.

Wat is er mis met zelfsturing? Op zich niets. Elk mens heeft behoefte aan autonomie. Dat weten we al sinds Ryan & Deci en Arnold Cornelis gaf rond de eeuwwisseling een mooie aanvulling met het begrip communicatieve zelfsturing. Populair gezegd: in samenspraak met je omgeving besluiten nemen die goed zijn voor jezelf en niet slecht voor anderen. Oftewel, zelfsturing is iets anders dan ikke ikke en de rest kan stikken. So far so good, en als alles op rolletjes verloopt zal het met die zelfsturing ook best lukken. Anders wordt het als het tegenzit, als er een conflict van belangen dreigt. Normaal gesproken zijn we onze primaire drijfveren aardig de baas, maar als we in de knel komen, als bedreiging of verleiding te sterk worden, zet ons onbewuste ons in een meedogenloze overlevingsstand: niks belang van de organisatie, het gaat nu even om mij. Om daar bij weg te kunnen blijven, is een buitengewoon reflectieve geest nodig. In een spannende situatie moeten verstand en redelijkheid het winnen van angst, woede of verdriet. Dat is niet veel mensen gegeven. Terecht schrijft Goleman dat voor zelfsturing adequate zelfkennis een eerste vereiste is. Cognitieve zelfkennis, weten wat je wel en niet kunt,  emotionele zelfkennis, je gevoelens kunnen herkennen en hanteren en existentiële zelfkennis, weten wat en wie je wilt zijn. Ga er maar aanstaan.

Daar hoor je die boeken niet over. Wel een litanie van succesverhalen, wel een eindeloze reeks van ja-voorbeelden, wel op enthousiaste toon het eigen gelijk breed uitmeten en dat alles geïllustreerd met wat cherry-picking uit de wetenschap. Zo ontstaat een concept dat zich meer op opvattingen dan op zorgvuldige  – je zou het woord bijna niet meer durven gebruiken – wetenschappelijke onderbouwing berust.

Een paar uiterst slordige metaforen wil ik u niet onthouden. Over wetenschap gesproken. De auteurs verwijzen graag naar de natuur. ‘The spider and the starfish’ (zeester) is een populaire metafoor die veel aangehaald wordt. De zeester is dan het voorbeeld van de zelfsturende organisatie: knip een poot af, en hij gaat gewoon door. De spin staat voor een organisatie met leiding: haal de kop er af en hij weet niet meer wat te doen. Tsja… De zeester heeft geen ’kop’. Zijn centrale zenuwstelsel of wat daar voor door moet gaan, ligt in het midden van zijn lichaam, cirkelvormig, rond de mond aan de onderzijde. Als je dat weg zou halen, is de zeester net zo hulpeloos als de onthoofde spin. Dan willen alle poten een andere kant op. Of die van ‘de zwerm’. We zouden van de zwerm kunnen leren. De zwerm is de vleesgeworden meritocratie. Beland je toevallig in het buitengebied, daar waar het gevaar dreigt, loop je grote kans opgegeten te worden. Het gedrag van een zwerm is onvoorspelbaar en speelt zich altijd af binnen de beperking van de eigen mogelijkheden. Onvoorspelbaar draaien en keren als enige verdediging. Nooit een oplossing op een ander niveau; erg intelligent klinkt dat niet. Nee, doe mij dan maar een kudde. Daar lopen de sterkste en meest ervaren dieren aan de buitenkant en beschermen zo de jonge aanwas. Ze bepalen de route naar voedsel en veiligheid op basis van hun ervaring en voortdurende inschatting van omstandigheden. De kudde of groep met goed gedefinieerde rollen staat staat heel wat dichter bij onze evolutionaire basis dan de primitieve zwerm. Niet dat de kudde geen nadelen heeft, maar daar zouden we ook een voorbeeld aan kunnen nemen. Het is maar welke gelijk je zoekt.

Autonomie is belangrijk en een zekere vorm van zelfsturing onontbeerlijk, dat staat buiten kijf. Maar het verkopen als de Haarlemmerolie voor krakende organisaties? Doe me een lol. Misschien moet ik ook maar eens een boekje schrijven.

Lees verder / reageer