Leidinggeven

Van de week heb ik mij er nog een keer echt boos over gemaakt. Is het zo moeilijk of maken we het zo moeilijk. Ik loop al aardig wat jaartjes rond in allerlei organisaties, vooral onderwijs en zorg, maar ook in het zogenaamd ‘harde’ bedrijfsleven. Er gaat bijna geen week voorbij of ik struikel over een situatie waarin een klein beetje verstandig leiderschap een hoop schade aan personen en organisatie had kunnen voorkomen. ‘We nemen het mee, er komt een werkgroep, het staat op de agenda’, allemaal synoniemen voor ‘daar heb ik nu even geen tijd voor’. Van arremoede storten een aantal organisaties zich nu op het model van zelforganiserende of zelfsturende teams, waarbij gemakshalve voorbij wordt gegaan aan het feit dat je dan van die teams nog heel wat meer kwaliteit vraagt dan van de gemiddelde leidinggevende. Op tal van plaatsen wordt het al weer teruggedraaid. Als de begeesterde initiatiefnemer het veld ruimt, is er meestal na korte tijd nog maar weinig van het idee over; hoezo zelfsturing. Maar dan is het kwaad al geschied. De goede medewerkers hebben een veilig heenkomen gezocht en er moet niet zelden allerlei puin worden geruimd.

Een goede leidinggevende doet wat men met zelforganiserende teams probeerde te bereiken: zorgen dat mensen met aandacht en zorgvuldigheid hun werk doen, maar vooral dat ze de verantwoordelijkheid nemen voor wat ze doen. Sturen op zelfsturing heet dat in management jargon. Dat is iets anders dan aan hun lot overlaten, want zo worden zelforganiserende teams in praktijk vaak ervaren. 

Elke goede medewerker neemt de verantwoordelijkheid voor wat hij of zij doet, daar hoef je geen nieuw organisatiemodel voor in te richten. Niet wijzen naar voorschriften, regels, protocollen en procedures maar staan voor wat je doet. Of vergeten bent. ‘Ik zorg dat het in orde komt’, in plaats van ‘het staat niet in het voorschrift’. Slechte leidinggevende kunnen vakmensen niet met rust laten, stralen wantrouwen uit, zijn niet zelden onvoorspelbaar in hun gedrag en vaak politieke dieren die precies weten hoe ze hun positie moeten beschermen. Goede leidinggevenden daarentegen weten precies wie ze ruimte kunnen geven en wanneer nabijheid vereist is. Die leidinggevende hakt knopen door als het belang van de organisatie klem komt in het gedrang van goed bedoeld eigenbelang binnen een team. Een goede leidinggevende denkt niet voor de mensen maar zet ze aan het denken, beslist niet voor de mensen maar helpt ze besluiten, een goede leidinggevende weet wanneer hij even niks moet doen en wanneer ingrijpen geboden is. Hele goede leidinggeven maken zichzelf – bijna – overbodig. 

Scholen of zorgorganisaties waar in het verleden vooral gestuurd is op cijfers, organisaties die kwaliteitssystemen nodig hebben om te weten of ze kwaliteit in de les of aan het bed leveren – alsof je dat kunt aflezen aan een spreadsheet – die organisaties schuiven met de invoering van zelfsturing in feite de verantwoordelijkheid van zich af. Als de organisatie van top tot teen, bestuur, leiding en medewerkers, doordrongen is van hoe kwaliteit op de werkvloer eruit ziet en daar ook op aangesproken wil worden, heb je geen invoering van zelfsturende teams nodig. Kortom, goede organisaties hebben geen ingrijpende verandering naar zelf organiserende teams nodig. Eigenlijk hebben ze die al. Bij slechte organisaties zal het niet helpen. Daar moet je beginnen met aandacht, zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid nemen voor de kwaliteit van de kern van het werk; door het bestuur, de leiding en de medewerkers.

 

Lees verder / reageer

Oud?

Felix moest weg. Felix Meurders, VARA coryfee en sinds jaar en dag één van de presentatoren van wat onder de trouwe lijsteraars ‘Spijkers’ heet; het radio programma Spijkers met Koppen dat al dertig jaar te horen is op de radio. Elke zaterdag tussen de middag op NPO 2.

Het is nog echt een prográmma. Geen presentator van dienst met de opdracht elke stilte vol te leuteren en interviews van anderhalve minuut onderbroken door nieuws dat je niet horen wilt zoals tegenwoordig op radio één; achtergrond ruis van nog geen halve meter diep. Radio één kan de hele dag aan staan zonder dat je hoeft te luisteren, maar misschien is dat de ook bedoeling wel. Nee dan Spijkers… Door de redactie goed voorbereide programma onderdelen met gasten die iets te melden hebben en scherp, respectvol en met humor ondervraagd worden, afgewisseld met cabareteske onderdelen en puike muziek. En dat alles live vanuit een café in Utrecht. Radio die ergens over gaat en nog onderhoudend is ook. Een topstuk uit de VARA erfenis, overeind gebleven bij het gedwongen huwelijk met BNN. Ik ben geen heel trouwe luisteraar. Op zaterdag dringen altijd 101 activiteiten om voorrang, maar áls ik het hoor is het bijna altijd een voorbeeld van prima radio. Ik bezocht een paar keer de live uitzending vanuit een cafe in Utrecht en zag hoe vakmensen goed voorbereid onder de druk van ‘live de ether in’ een soort stand-up radio maken. Deels gescript natuurlijk, maar met tegelijkertijd alle ruimte voor de inval van het moment.  

De interviews – politici, een schrijver die een nieuw boek presenteert, iemand uit de actualiteit, zo maar een interessant mens – doen Felix Meurders en, in geheel eigen stijl, Dolf Jansen. Een paar cabaretiers erbij, een goeie live-band, een vlot tempo maar ook de tijd nemen, kortom radio zoals radio hoort te zijn. Spijkers is het DWDD van de radio, maar dan beter. Beter omdat het format losser is, of tenminste lijkt, de gasten net wat meer serieuze  aandacht krijgen en het niet in de eerste plaats gaat over wat de presentator belangrijk vindt.

En nu moest Felix dus weg. Te oud naar het schijnt. Net nu de politiek besloten heeft dat iedereen tot aan de wachtkamer van het crematorium door moet gaan met werken, heeft BNN-VARA in al zijn wijsheid besloten dat hij er met zijn nog prille 72 mee moet stoppen. Alsof je dan te oud zou zijn om die prestatie elke week nog te leveren. Wat zal het zijn inclusief voorbereiding… Een dagje werk? Je hoeft niet heel bekend met de Hilversumse mores te zijn, om te bedenken dat het wel een besluit van dat jonge volkje van de BNN-tak uit het gedwongen BNN-VARA huwelijk geweest moet zijn. Veel lawaai maar verder… Alsof leeftijd een beter criterium is dan kwaliteit. Een typisch voorbeeld van modern, bedrijfsgericht management zoals dat heet. Als de cijfers maar kloppen. We moeten bezuinigen en jong is per slot goedkoper dan oud. 

Het nieuwtje lag koud op straat of er startte iets als een actie. De leiding schrok zich kapot en wist niet hoe snel ze het voorstel weer moesten intrekken. Dat geeft te denken over de doordachtheid van zo’n besluit. En zo kon afgelopen zondag in Carré Felix weer schitteren in de jubileum uitzending ’Dertig jaar Spijkers’. Hij interviewde Mark Rutte met de hem eigen mix van vriendelijkheid, respect en vasthoudendheid. Er gingen veel grappen over leeftijd en houdbaarheidsdatum over tafel. Ergens moet een manager onder zijn bureau zijn gekropen.  

Felix dacht bij de feestelijke bedankjes als enige aan de redactie. Hij wél, kwestie van opvoeding. Enfin, over tot de orde van de dag. Gewoon goede interviews blijven doen Felix, van mij mag je doorgaan. Kijk wel vaak over je schouder in Hilversum. Ook al hebben die jonkies geen idee wie Machiavelli was, je hebt zo maar een mes in je rug.

 

Lees verder / reageer

Het misverstand mantelzorg

HET MISVERSTAND MANTELZORG

Hoe koopman en dominee elkaar weer vonden

Afbeelding ColumnsTussen al het kabaal over de zorg door voltrekt zich stilletjes een verandering in denken en  beleid. Waar tot voor kort zorg  als professie werd gezien, inclusief opleiding en kwalificatie tot tenminste mbo-niveau en liever nog hbo, zijn we langzaam maar zeker allemaal zorgmedewerker geworden. De mantelzorger als oplossing voor het maatschappelijke vraagstuk dat ouderenzorg heet. Sympathiek misschien, het inmiddels volwassen, dankbare en zorgzame kind of de nog wat fittere, liefhebbende partner die met dagelijkse toewijding de zorg voor de ouder of partner op zich neemt en tot deel van zijn of haar leven maakt. Begrijp ons goed, daar waar het gaat om wat intensievere aandacht, regelmatig bezoek, een boodschap doen of wat dingen uit handen nemen die niet meer zo gemakkelijk gaan, is er natuurlijk geen sprake van een probleem. Dat behoort allemaal tot de normale zorg voor de ander, of dat nu je partner, ouders of een omwonende betreft. “Slijtage”, vaker ziek zijn en andere ongemakken zijn nu eenmaal niet te voorkomen. Het is, ook in onze ogen, logisch dat ouderen, 70 is het nieuwe 50, niet meer massaal richting verzorgingshuizen vertrekken. Tot op hoge leeftijd binnen de eigen vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen is een goede ontwikkeling.

In het nieuwe denken ’Mantelzorg’ verschuift de verantwoordelijkheid tot adequate zorg voor ouderen de komende jaren van de overheid en de professional  naar de omgeving van de zorgvrager. De gedachte is dat de huidige zorgcentra en verpleeghuizen, de zogenaamde intramurale zorg, omgevormd worden tot kennis- en innovatiecentra ter ondersteuning van de mantelzorger en een plek voor kortdurende opvang als de thuissituatie het even niet meer aan kan. Het is een sluipende, maar radicale verandering. De criteria om in een zorgcentrum opgenomen te worden zijn de afgelopen jaren stapsgewijs verhoogd. Mantelzorg is het basismodel voor de toekomst; naastenliefde met een aantrekkelijk kostenplaatje als oplossing voor een maatschappelijk vraagstuk. Nederland heeft daar een rijke traditie in.

Het probleem is niet de groep ouderen die wellicht wat vergeetachtiger, vaker ziek, langzamer en breekbaar, maar die verder geestelijk gezond is en zich met wat hulp prima kan redden. Het probleem concentreert zich vooral rond ouderen die ernstige vormen van dementie, Parkinson of soortgelijke ziektes ontwikkelen. Die groep is sterk groeiende. Dan is er geen behoefte aan ouderenzorg maar aan zeer specifieke ziekenzorg. Gedrag en persoonlijkheid van de patiënt kunnen op den duur ingrijpend veranderenHij of zij wordt van partner of ouder een hulpbehoevende “geesteszieke”, met wie in feite geen werkelijke communicatie meer mogelijk is. In elk geval niet die communicatie waar de relatie al die jaren op gebouwd was. Sommigen vergelijken die verandering met het weer kind worden en dienovereenkomstige noodzaak van zorg. Was het maar waar, dan was er wellicht nog goed mee te leven. Dementie kent vele verschijningsvormen maar is vaak een combinatie van lichamelijke èn (ernstige) geestesziekte. Dagelijkse omgang met deze groep dementie-patiënten vraagt kennis en inzicht in het ziektepatroon en weten wat te doen bij de 101 confrontaties die zich op een dag voordoen, een professionaliteit die haaks staat op liefdes- of kind-ouder relatie waarop het samenzijn tot dan toe gestoeld was. Om een vergelijking te maken: veel mensen denken dat het onverstandig is als leerkracht je eigen kind in de groep te hebben, je broer als huisarts of je vader als psychiater.

Als het met ons zover komt, zullen we ons uiterste best doen onze geliefden niet met dat aspect van zorg op te zadelen. Wij willen onze partners of kinderen  niet als  mantelzorger.

Het is zaak dat de kongsi van geloof en zakenman in politieke en beleidskringen een halt wordt toegeroepen. Het gaat wat kosten, maar we zijn een ongelooflijk rijk land. Je kunt niet enerzijds roepen dat er te weinig zorgmedewerkers zijn, dat het toch zo’n ongelooflijk mooi beroep is, en het tegelijkertijd in de schoot van de mantelzorger schuiven. Het onderscheid tussen de mantelzorger en de zorgmedewerker, de professional, wordt vager en vager en het heeft er de schijn van dat de zorgmedewerker pas ingezet wordt als  de mantelzorger uitgeput is, het echt niet meer aankan, of wat instructie nodig heeft. Dat is een sterke uitholling van de professie van de zorgmedewerker, het ambacht van de zorg. Kennis, vaardigheden en een professionele houding zijn daar de kern van. Dat kun je niet met wat instructie en begeleiding overdragen aan een mantelzorger.  Als dat het beeld van het vak wordt, hoeven we ons niet te verbazen dat er zo weinig animo voor de opleiding tot zorgmedewerker is. Een campagne gaat dat niet oplossen. 

Mantelzorg wordt gepresenteerd als het antwoord op de groeiende vraag naar ouderenzorg. Wat maakt dat we daar allemaal voetstoots mee instemmen? Omdat het geen aanspraak doet op de verzekeringspremie? Omdat het met een normatief sausje van liefde en mededogen overgoten is? Ouderenzorg is een maatschappelijk vraagstuk. Met het mantra ’mantelzorg’ wordt de oplossing daarvan bij individuele burgers neergelegd met grote consequenties voor hun kwaliteit van leven.

Heb zorg voor ouderen in je omgeving, maar ouderenzorg is een vák, geen liefhebberij.

Simon Ettekoven en Liesbeth Vos

Auteurs zijn beiden als vrijwilliger actief in ouderenzorg en ervaringsdeskundige. 

Lees verder / reageer