Besturen?

Als je aan het stuur zit, maak je zelf uit waar je heen gaat. Links af, rechts af, recht door, je hebt het allemaal in eigen hand. Hoe een gekrakeel het ook in de auto is, uiteindelijk bepaal jij het. Zou het door die metafoor komen dat er zoveel bestuurlijke arrogantie rondwaart? 

Neem nu deze. Echt gebeurd.

Het bestuur van een grote zorgorganisatie in het midden van het land wil een nieuwe directeur voor één van de werkmaatschappijen. Bestuursvoorzitter en kompaan doen een informerend rondje langs betrokken medezeggenschap groeperingen zoals cliëntenraden en OR’en. Ze praten wat, maar zeggen ook vooral te willen luisteren. Kort daarna plopt er een mailtje binnen. 

In een paar streken schetst het bestuur wat het in zijn wijsheid heeft besloten. Dat blijkt zo ongeveer het tegenovergestelde te zijn van wat cliëntenraad en OR van de werkmaatschappij geadviseerd hebben. Er staat geen letter argumentatie bij en nergens wordt een verband gelegd met de gesprekken.

Wat moet je daar nu mee?

De cliëntenraad is het orgaan waarin de bewoners vertegenwoordigd zijn. De mensen die hun hele financiële hebben en houden in handen van de zorginstelling hebben gelegd en in ruil daarvoor hun leven slijten op de 25 of 30 vierkante meter die hen nog rest en zich dagelijks mogen verheugen op een maaltijd van een kwaliteit waarvoor een matig restaurant zich nog zou schamen. In de OR zitten de medewerkers die zich nog verantwoordelijkheid voelen voor hun werk, mensen die zich drie slagen in de rondte werken en waar je heel zuinig op zou moeten zijn in deze tijd van enorm personeels tekort in de zorg. Luisteren? Oh alles gaat wellevend en schijnbaar geïnteresseerd, maar er zichtbaar iets mee doen? Ho maar…

In het reglement van inspraak, governance heet dat tegenwoordig, verstoppen de harde spelregels zich achter vriendelijk zorg-jargon. Als je het goed leest hebben bewoners en hun familie geen bal meer te zeggen over wat er met hun euro’s gebeurt. De zorgorganisatie spreekt graag van cliënten, een nette formulering voor klant. Maar  cliënt zijn veronderstelt dat je een keuze hebt en dat is precies wat al die bewoners niet hebben. Je mag blij zijn als je binnen mag. Wettelijk is het allemaal waterdicht geregeld, maar intussen zitten we met een paar grootgrutters in de zorg die vaker op bezoek gaan bij hun huisbankier dan bij de instellingen waar ze verantwoording voor dragen.

Realiseert zo’n bestuur zich nog wel dat het dienstverlening is waarvoor zij werden aangenomen. Dat het uiteindelijk de bewoners zijn die hun vorstelijke maandsalaris betalen. En dat allemaal in een organisatie, zorgvuldig zo vormgegeven, dat het bestuur niet gehinderd door de dagelijkse ervaringen van bewoners en medewerkers, beslissen kan wat hen om welke reden dan ook goeddunkt. 

Bestuurlijke arrogantie ten top. Wat moeten we  ermee… In scholen is een zelfde trend waarneembaar naar steeds grotere organisaties met twee- of drie-mans besturen en directeuren op lokatie niveau die de cijfers bewaken. Hoewel… niet overal. Laatst trof ik een een bestuur van een heel grote school dat zich zelf verplicht tenminste een dagdeel per week voor de klas te staan. En als hij of zij geen bevoegdheid had, dan als assistent met een docent mee te werken. Dan hoeft een bestuur geen sessies te organiseren om te weten wat er leeft. Dan voelen ze dat aan den lijve en kunnen als bestuurder daar snel en adequaat op reageren.

Als die zorginstelling daar eens mee begon. Alle bestuurders, directieleden en managers tenminste een dagdeel per week aan het echte dagelijkse werk. Misschien dat er dan wat verandert.

Lees verder / reageer

Cultuur!

’De tijden zijn veranderd’, zegt een vriendin. Ik vertelde haar over de nonchalance waarmee een studente met een make-up tasje onder de arm, in de ene hand een latte en in de andere het onafscheidelijke mobieltje, een kwartier na aanvang de lesruimte binnen kwam, zich op haar gemak installeerde om vervolgens half omgedraaid met de buren achter haar te gaan zitten praten. Het leslokaal als goed geoutilleerde hangplek. 

Zijn de tijden veranderd? De laatste jaren zie ik in toenemende mate in VO en MBO lessen, waar een natuurlijke, op leren gerichte, aandachtige orde ver te zoeken is. Ik wist al lang dat leerlingen niet meer vanzelfsprekend opletten, lees ’Bint’ van Bordewijk er maar op na. Orde problemen zijn zo oud als de school. Maar er zit nog aardig wat tussen een klas met gebrekkige aandacht of wanordelijk gedrag en het verschijnsel dat in een aantal scholen de straatcultuur zich meester lijkt te maken van het klaslokaal. Dat werken en leren door alle studenten of leerlingen als dominante cultuur verdwijnt en sluipenderwijs wordt omgeruild voor wat ontspannen chillen en bijkletsen met leeftijdgenoten. Dat verschijnsel is relatief nieuw. 

De straatcultuur in school? Je wilt als school, dat er binnen de vier muren van het leslokaal als regel gewerkt en geleerd wordt, beter nog, dat er in de school een cultuur van werken en leren heerst. Cultuur, niet bedoeld als etnische achtergrond, of als in ‘kunst en cultuur’, maar in de betekenis van het subtiele samenspel van geschreven en ongeschreven regels, gewoontes, geaccepteerd en ongeaccepteerd gedrag. Een cultuur is veel meer dan een paar regels aan de muur. Het is zoals de mensen binnen de school langzamerhand gewend zijn geraakt met elkaar om te gaan. Je noemt gedrag binnen de school of welke organisatie dan ook pas een cultuur, als er een zekere vanzelfsprekendheid van uit gaat. Naïviteit bijna: ‘we weten niet beter, zo doen we dat altijd.’ Daarom heeft een cultuur ook geen nadrukkelijk regels. Het zijn de diep gewortelde gewoontes, gegroeid uit gedeelde waarden en overtuigingen. Als je regels nodig hebt om een cultuur te bewaken is er iets mis. Het is een signaal dat die cultuur aan het verdwijnen is 

Zijn de tijden veranderd?, is dat het? 

Ik zit achter in een lokaal en H4-1 rommelt zich een weg naar binnen. We zijn in een achterstandswijk van een grote stad. De groepen in vier havo hebben de naam moeilijk te zijn. Grote mond, kleine resultaten. Ik kijk toe hoe de docente orde schept. Vriendelijk maar beslist en met geen woord teveel zet ze hen aan het werk. Binnen twee minuten zit iedereen aandachtig te lezen en daalt er rust neer in het lokaal. De docente loopt tussen de rijen door, geeft hier en daar wat extra aandacht of een vriendelijk woord. Hoezo straatcultuur? Hier geen veel te laat en onverschillig binnen drentelende leerlingen. Leiding geven aan 24 onstuimige pubers is geen bezigheid, dat is een vak. Aan hoe het in dit lokaal nu toegaat is door de docent lang en hard gewerkt, met ups en downs, maar ook met grote vasthoudendheid. Het scheppen van een cultuur van werken en leren in de klas, kun je niet aan het toeval overlaten. De docent die gemakshalve die in september zo ‘gemakkelijke klas’ zonder verder nadenken accepteert en niet expliciet maakt, wát die groep zo maakt, welke onuitgesproken regels die groep voor zich heeft, speelt met vuur. Elke cultuur behoeft onderhoud, herhaaldelijke bevestiging waarom die is zoals die is. Zo nu en dan zal een confrontatie nodig zijn om afglijden te voorkomen. Dan is het nodig indringend met elkaar te spreken over de waarden achter de spelregels. Dat regels maar een handigheidje zijn voor de dagelijkse orde, dat het om veel meer gaat. 

Cultuur. Dat mistige mengsel van wel en niet uitgesproken regels die ons voorschrijven hoe met elkaar om te gaan. Wat doe je hier wel en wat doe je hier niet. Welke cultuur er in een klaslokaal heerst, die van de straat of één van samen werken en leren, wordt in hoge mate bepaald door de docent. Of het nu om een groep leerlingen gaat of om de docenten, of het nu om een school gaat of om een verzorgingstehuis: de leiding moet het voorbeeld geven. Voor de klas de docent, voor de school de teamleiders en directie. Als het om cultuur gaat, schilder je een huis van boven naar beneden. Als de leiding het niet voorleeft, zal het nooit goed komen. Soms is er sprake van een echt ‘schoolklimaat’, waarbij iedereen in grote lijnen hetzelfde beeld heeft bij een goede les en waarbij men elkaar daar ook scherp op houdt. Vaak zijn dat scholen met een sterke gedeelde visie op het leren en begeleiden van jongeren en een sterk onderwijskundig leiderschap. Scholen die ergens voor willen staan. Maar helaas staan in teveel scholen de docenten er in de klas nog steeds min of meer alleen voor. Daar zie je de leiding maar zelden in de buurt van een klaslokaal. Daar wordt het nog een hele opgave de oprukkende straatcultuur buiten het lokaal te houden.

Lees verder / reageer