Tussenhandel

Het personeelstekort in het onderwijs neemt zorgelijke vormen aan. Nu nog vooral in het basisonderwijs en dan met name in de grote steden, maar als de economie verder aantrekt zal ook het voortgezet onderwijs de dans niet ontspringen. Een beetje tekort is niet zo erg. Het is prettig te werken in een sector waarvan je het gevoel hebt dat je nodig bent. In tijden van financiële onzekerheid kiezen veel mensen graag voor het onderwijs.  Het kan zo maar een aanstelling voor het leven zijn en waar vind je die nog. Maar als de economie aantrekt en het werk voor het oprapen ligt, kiezen mensen wat gemakkelijker voor wat meer risico en lokken de banen met wellicht minder zekerheid maar met meer gewin. 

In de zorgsector weten ze daar inmiddels alles van. Via de normale werving is daar bijna geen medewerker meer te vinden. Uitzendbureaus zagen een gat in de markt. Waar zij eerst problemen oplosten, zijn het nu de veroorzakers geworden. Ze lokken de schaarse zorg medewerker met een beter salaris dan CAO-gebonden zorginstellingen kunnen bieden, plakken er niet zelden nog een lease-autootje aan vast en verhuren de uitzendkracht vervolgens met een fikse meerprijs aan de instellingen die nauwelijks nog een keuze hebben. De roosters moeten immers elke dag gevuld. Zo verdween ongeveer 700 miljoen van de 2,1 miljard extra euro’s voor de zorg, in de zakken van de uitzendbureaus. Noem het de wet van de schaarste. Uit de bocht gevlogen marktdenken lijkt een betere omschrijving. Het is een vorm van tussenhandel maar dan in werk. En de zorg is het kind van de rekening. Ik ken een instelling die noodgedwongen zes ton in het rood ging vanwege de dringend noodzakelijke, zogenaamde ‘pnil’ers’: personeel-niet-in-loondienst.

Hetzelfde staat nu te gebeuren in onderwijs. Inmiddels zijn al verschillende uitzendbureaus actief. En de scholen hebben weinig keus. Het alternatief is kinderen naar huis sturen of zelfs de school voor een periode sluiten zoals nu in Amsterdam gebeurt. Maar het werken met ‘uitzend-leerkrachten’ kan niet meer dan een tijdelijke oplossing zijn. De bekostiging systematiek voor scholen is niet berekend op de extra loonkosten die dat met zich meebrengt. Feitelijk kom je met die oplossing op termijn gewoon een derde op je begroting tekort. Ik heb nog niet gelezen dat het rijk dat erbij gaat leggen. Dan kunnen we de reguliere leerkrachten beter gelijk een derde meer gaan betalen. Dat zou het probleem vermoedelijk voor goed oplossen.

Maar was geld maar het enige probleem. Er gaat meer mis. De uitzend-leerkracht heeft een heel andere relatie met de school dan een vaste kracht die voor die school gekozen heeft. Net als de zzp’er is de uitzend-leerkracht in de kern een voorbijganger die ‘even’ nodig is en dan weer vertrekt. Daar is op zich niks mis mee. Met een aantal van zulke los-vast medewerkers kun je prima de griepgolf opvangen. Anders wordt het als het de kern van het team aantast. Gaat de uitzend-leerkracht meedenken over nieuw onderwijsbeleid? Gaat hij mee op kamp? Is zij foetsie zo gauw er iets niet bevalt? Met tijdelijke hulpkrachten bouw je geen langjarig beleid, geen eigen gezicht van de school. 

We moeten nog maar eens goed nadenken met z’n allen. Als we zo door gaan, komt een groot deel van het extra geld voor het onderwijs niet terecht daar waar het nodig is: voor de klas. Dan kun je beter eerst goed nadenken over een èchte investering in plaats van onder politieke druk met geld gaat strooien. 

Lees verder / reageer

Onderwijs en wetenschappen?

Onlangs was ik te gast op een boeiende conferentie in België. In Afflichem om precies te zijn. Het SOK, School Overstijgend Kwaliteitsnetwerk, organiseert een paar keer per jaar een congres met allerlei lezingen rond een thema. Dit keer ging het om ’Kwaliteitszorg van het leren’.

De SOK heeft in België de rol die in Nederland de inmiddels zo goed als ontmantelde Pedagogische Centra hadden. Hier zijn APS en KPC inmiddels verdwenen. Het CPS worstelt om te blijven drijven. De verzuiling en sturing van bovenaf op vorm en inhoud van het onderwijs door middel van grote instituten lijkt voorbij. Voor kwaliteit van onderwijs moeten scholen tegenwoordig te rade bij allerlei bedrijven en bedrijfjes en een leger van zzp’ers. Rijp en groen, kwaliteit en onzin verkopers kris kras door elkaar. Inmiddels hebben veel scholen hun weg daarin wel gevonden. Ze weten wel wat ze nodig hebben en waar ze dat kunnen halen. Maar zo’n groot congres is ook niet verkeerd. In de opzet van de SOK geeft het de deelnemende scholen een aardig beeld van wat er nu zoal speelt in de onderwijskundige wereld, de stand van de wetenschap zogezegd. En het zet aan tot denken. 

Over wat wel en niet klopt in het onderwijs hebben twee namen op het moment het hoogste woord:  Pedro de Bruyckere en Paul Kirschner. De heren timmeren aan de weg met grote verhalen en een stapeltje boeken. Ik las al het nodige van ze en de Bruyckere zag ik ook al eens een presentatie doen. Hij is een onorthodox podium-dier met een helder, aansprekend, maar ook genuanceerd verhaal, dat hij met respect voor zijn gehoor vertelt. Daar kan Kirschner nog wel wat van leren. Een Nederlandse dominee tegenover de Vlaamsche bierdrinker. Kirschner duwt zijn waarheden er in als ware het gods woord. Je krijgt direct zin het tegenovergestelde te beweren. 

Tegelijkertijd is de waarheid is een dagvers artikel geworden. We worden overstroomd met publikaties, onderszoeken en opvattingen. Kritisch blijven kijken en luisteren is het devies.

Het ging in Afflichem veel over formatief toetsen, de laatste hype in het onderwijs. Een jaar of vijf geleden kwam Gert Biesta overal langs met zijn pedagogische dimensie van het onderwijs. Daarna was het ineens differentiatie wat de klok sloeg en nu zoemt formatief beoordelen rond. Prima thema’s, daar niet van, maar het komt wel allemaal voorbij als eb en vloed. What else is new? Elke school organiseert er vervolgens braaf een studiedag over en klaar zijn we weer. Een docent die bij de tijd blijft en nadenkt over zijn werk, deed er allang het haare mee. In de kern zijn het de onderwerpen die altijd al aan de orde waren. Er is niks mis met nu en dan even rechtop gezet te worden door een scherpe denker, maar we moeten niet net doen alsof het onderwijs nu ineens opnieuw uitgevonden moet worden. 

Dat is ook de goede blik om naar het mythes verhaal van De Bryuckere en Kirschner te kijken. In heel veel stromingen, overtuigingen of nieuw lichterij zit wel wat verstandigs, zonder er direct een nieuw geloof van te maken. De ’grow mindset’ van Dweck? Er mag dan geen onomstotelijk wetenschappelijk bewijs voor zijn, maar elke goede docent weet dat goed geformuleerde aanmoedigende feedback meer effect heeft dan sacherijnig een aanwijzingen geven. In de hersenen zijn geen bewijzen gevonden voor het ’meervoudige intelligientie’ verhaal van Gardner, maar elke goede docent weet dat creatief variëren met je aanpak in de klas, heel effectief kan zijn. Al is het maar voor het plezier in leren. De wetenschappers doen in hun presentaties net alsof het onderwijs blind achter elke nieuwe stroming aanloopt. Dat is niet zo heren en dat is maar goed ook.

Lees verder / reageer