Kleinere klassen?

Ineens hadden ze elkaar gevonden, D66 en de SP. Het is nog een eind te gaan naar de verkiezingen, maar je kunt nooit te vroeg zijn met het je toe eigenen van sexy thema’s in de politiek. Deze halen we vast even binnen, moeten de heren gedacht hebben. Want wieAfbeelding Onderwijs is nu tegen kleinere klassen?

Basisschool groepen met 32 of zelf 34 leerlingen? Je hoeft niet gestudeerd te hebben om te weten dat dat veel is. Te veel. 24 zoals in het voorstel van beide heren is een goed gekozen getal. Neem als je toch bezig bent het voortgezet onderwijs ook maar meteen mee in het besluit. 30 pubers in één lokaal is ook geen uitzondering en geloof me, je moet wel wat kunnen om daar effectief les aan te geven. Tot zover de algemene mening. Met dit verhaal krijgen ze de handen wel op elkaar. Inkoppertje voor die twee partijen zou je denken. Of zit het toch een beetje anders?

In de indrukwekkende meta-analyse van John Hattie gericht op strategieën voor effectief leren in de les, lees je een ander verhaal. Groepsgrote heeft weinig of geen invloed op de kwaliteit van leren in de les. Dat denkt hij niet alleen, hij haalt er een sloot onderzoek bij aan. In grote lijnen komt het er op neer dat de kwaliteit van de leraar, zijn of haar mogelijkheden om te onderwijzen gericht op leren, veel meer bepalend zijn voor de effectiviteit van de les dan het aantal kinderen in de klas. Dat spoort met mijn eigen ervaring. In groepen van 10 of 15 leerlingen wordt meestal niet ineens opvallend beter les gegeven. Sterker nog; vaak slechter. Het overzichtelijke groepje lijkt de docent in zijn praatstoel te drukken. Hattie stelt dat de gemeten verschillen geen miljoenen investering rechtvaardigen. Dat geld stoppen in kwaliteitsverbetering van leraren lijkt effectiever.

En dan is er nog het gebouw. Heel veel scholen in Nederland zijn gebouwd met lokalen voor 24 leerlingen in de zogenaamde busopstelling. Als je er daar 30 in stopt, is het inderdaad overvol. Niet de onderwijskundige vaardigheid van de leraar of het aantal leerlingen is dan beperkend, maar domweg de ruimte. Er zijn tal van creatieve en effectieve manieren te bedenken om met grote groepen om te gaan en op sommige scholen zie ik die ook, maar in een schoolgebouw als een stapel schoenendozen lukt dat niet. Dus niet domweg klassen verkleinen maar tenminste óók investeren in kwaliteitsverbetering van leraren en gebouwen.

En dan is er natuurlijk last but not least altijd weer het geld. Wie gaat dat betalen? Voor de uitwerking zijn grofweg een derde meer leraren nodig. Dat hakt er financieel flink in. En het vraagt een ingenieus meerjarenplan om die over pak ’m beet vier jaar beschikbaar te hebben. Daar moet de knip voor worden getrokken. Er zal denkelijk ook iets moeten gebeuren met de aanvangssalarissen in het basisonderwijs om de trekkracht – niet in de laatste plaats voor ambitieuze mannen, want die komen ze daar ernstig tekort – te vergroten. Wie of wat gaat dat betalen? Er hangt zomaar een prijskaartje van een miljard aan dit plannetje. Helemaal als we ook kritisch naar de kwaliteit van mensen en gebouwen gaan kijken. Dat is geen kleingeld in Den Haag. En als je daar niet zegt waar je de centen haalt, blijft het meestal bij woorden. Roemer mompelde desgevraagd iets over het bedrijfsleven waarbij Pechthold wat ongemakkelijk de andere kant op keek. Daar waren de heren dus nog niet uit.

Van mij mag het, die 24 leerlingen. In elke klas. Graag zelfs. Maar doen alsof je met zo’n peperdure pennenstreek het onderwijs verbetert, is me te gemakkelijk.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *