Het misverstand mantelzorg

HET MISVERSTAND MANTELZORG

Hoe koopman en dominee elkaar weer vonden

Afbeelding ColumnsTussen al het kabaal over de zorg door voltrekt zich stilletjes een verandering in denken en  beleid. Waar tot voor kort zorg  als professie werd gezien, inclusief opleiding en kwalificatie tot tenminste mbo-niveau en liever nog hbo, zijn we langzaam maar zeker allemaal zorgmedewerker geworden. De mantelzorger als oplossing voor het maatschappelijke vraagstuk dat ouderenzorg heet. Sympathiek misschien, het inmiddels volwassen, dankbare en zorgzame kind of de nog wat fittere, liefhebbende partner die met dagelijkse toewijding de zorg voor de ouder of partner op zich neemt en tot deel van zijn of haar leven maakt. Begrijp ons goed, daar waar het gaat om wat intensievere aandacht, regelmatig bezoek, een boodschap doen of wat dingen uit handen nemen die niet meer zo gemakkelijk gaan, is er natuurlijk geen sprake van een probleem. Dat behoort allemaal tot de normale zorg voor de ander, of dat nu je partner, ouders of een omwonende betreft. “Slijtage”, vaker ziek zijn en andere ongemakken zijn nu eenmaal niet te voorkomen. Het is, ook in onze ogen, logisch dat ouderen, 70 is het nieuwe 50, niet meer massaal richting verzorgingshuizen vertrekken. Tot op hoge leeftijd binnen de eigen vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen is een goede ontwikkeling.

In het nieuwe denken ’Mantelzorg’ verschuift de verantwoordelijkheid tot adequate zorg voor ouderen de komende jaren van de overheid en de professional  naar de omgeving van de zorgvrager. De gedachte is dat de huidige zorgcentra en verpleeghuizen, de zogenaamde intramurale zorg, omgevormd worden tot kennis- en innovatiecentra ter ondersteuning van de mantelzorger en een plek voor kortdurende opvang als de thuissituatie het even niet meer aan kan. Het is een sluipende, maar radicale verandering. De criteria om in een zorgcentrum opgenomen te worden zijn de afgelopen jaren stapsgewijs verhoogd. Mantelzorg is het basismodel voor de toekomst; naastenliefde met een aantrekkelijk kostenplaatje als oplossing voor een maatschappelijk vraagstuk. Nederland heeft daar een rijke traditie in.

Het probleem is niet de groep ouderen die wellicht wat vergeetachtiger, vaker ziek, langzamer en breekbaar, maar die verder geestelijk gezond is en zich met wat hulp prima kan redden. Het probleem concentreert zich vooral rond ouderen die ernstige vormen van dementie, Parkinson of soortgelijke ziektes ontwikkelen. Die groep is sterk groeiende. Dan is er geen behoefte aan ouderenzorg maar aan zeer specifieke ziekenzorg. Gedrag en persoonlijkheid van de patiënt kunnen op den duur ingrijpend veranderenHij of zij wordt van partner of ouder een hulpbehoevende “geesteszieke”, met wie in feite geen werkelijke communicatie meer mogelijk is. In elk geval niet die communicatie waar de relatie al die jaren op gebouwd was. Sommigen vergelijken die verandering met het weer kind worden en dienovereenkomstige noodzaak van zorg. Was het maar waar, dan was er wellicht nog goed mee te leven. Dementie kent vele verschijningsvormen maar is vaak een combinatie van lichamelijke èn (ernstige) geestesziekte. Dagelijkse omgang met deze groep dementie-patiënten vraagt kennis en inzicht in het ziektepatroon en weten wat te doen bij de 101 confrontaties die zich op een dag voordoen, een professionaliteit die haaks staat op liefdes- of kind-ouder relatie waarop het samenzijn tot dan toe gestoeld was. Om een vergelijking te maken: veel mensen denken dat het onverstandig is als leerkracht je eigen kind in de groep te hebben, je broer als huisarts of je vader als psychiater.

Als het met ons zover komt, zullen we ons uiterste best doen onze geliefden niet met dat aspect van zorg op te zadelen. Wij willen onze partners of kinderen  niet als  mantelzorger.

Het is zaak dat de kongsi van geloof en zakenman in politieke en beleidskringen een halt wordt toegeroepen. Het gaat wat kosten, maar we zijn een ongelooflijk rijk land. Je kunt niet enerzijds roepen dat er te weinig zorgmedewerkers zijn, dat het toch zo’n ongelooflijk mooi beroep is, en het tegelijkertijd in de schoot van de mantelzorger schuiven. Het onderscheid tussen de mantelzorger en de zorgmedewerker, de professional, wordt vager en vager en het heeft er de schijn van dat de zorgmedewerker pas ingezet wordt als  de mantelzorger uitgeput is, het echt niet meer aankan, of wat instructie nodig heeft. Dat is een sterke uitholling van de professie van de zorgmedewerker, het ambacht van de zorg. Kennis, vaardigheden en een professionele houding zijn daar de kern van. Dat kun je niet met wat instructie en begeleiding overdragen aan een mantelzorger.  Als dat het beeld van het vak wordt, hoeven we ons niet te verbazen dat er zo weinig animo voor de opleiding tot zorgmedewerker is. Een campagne gaat dat niet oplossen. 

Mantelzorg wordt gepresenteerd als het antwoord op de groeiende vraag naar ouderenzorg. Wat maakt dat we daar allemaal voetstoots mee instemmen? Omdat het geen aanspraak doet op de verzekeringspremie? Omdat het met een normatief sausje van liefde en mededogen overgoten is? Ouderenzorg is een maatschappelijk vraagstuk. Met het mantra ’mantelzorg’ wordt de oplossing daarvan bij individuele burgers neergelegd met grote consequenties voor hun kwaliteit van leven.

Heb zorg voor ouderen in je omgeving, maar ouderenzorg is een vák, geen liefhebberij.

Simon Ettekoven en Liesbeth Vos

Auteurs zijn beiden als vrijwilliger actief in ouderenzorg en ervaringsdeskundige. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *