100 dagen voor de klas

Het zit er op voor Tim den Besten en Nicolaas Veul. Honderd dagen voor de klas met niet meer op zak dan een ultra korte crash cursus en een berg goede wil. Dat laatste hebben ze erg nodig gehad. Beiden erkenden de laatste dag ruiterlijk dat ze opgelucht waren dat het er op zat. 

100 dagen voor de klas. Het had gemakkelijk een reality-docu van het niveau ‘Jouw huis – Mijn huis’ kunnen worden, maar dat werd het gelukkig niet. Heel Nederland kon nu eens van dichtbij zien wat je allemaal moet kunnen om leraar of lerares op een school voor voortgezet onderwijs te zijn. ‘Het is een vak’, werd menigmaal verzucht. Dat klopt, een vak dat veel kennis en heel veel vaardigheid vereist. Bijvoorbeeld de vaardigheid om snel een klassensituatie te lezen zoals een piloot in zwaar weer zijn instrumenten leest. Welke signalen kan ik in deze situatie negeren en welke moet ik heel serieus nemen. Moet ik nu op mijn intuïtie vertrouwen of juist een time-out nemen en even rustig nadenken. Welke van de tips die in de lerarenkamer door de lucht vlogen moet ik nu gebruiken? Veel beginnend docenten hebben een jaar of twee nodig om vaste grond onder hun voeten te krijgen, om te leren vertrouwen op hun eigen kunnen. En daarvoor zat dan al een gedegen opleiding van een jaar of vier, met veel stage, de kunst afkijken bij ervaren vakmensen en zelf uitproberen. Tim en Nicolaas hadden maar honderd dagen. Op het moment dat het wat begon te worden, de ergste schrik voorbij was en de belangrijkste lessen geleerd, was het al weer voorbij. Tim en Nicolaas weten voor eens en voor altijd dat het een vak is, leraar zijn. Geen bezigheid of ‘een beetje aanleg en dan lukt het wel’. 

Aanvankelijk leek Nicolaas het meest getalenteerd met zijn overdosis enthousiasme, interesse in leerlingen en de relativering van de eigen rol, maar hij struikelde over een beginnersfout. Nicolaas vertaalde in zijn poging overeind te blijven de onderwijswet ‘altijd eerst verbinding maken met leerlingen’ naar ‘ik moet vriendjes met ze worden’. Daarmee ontwikkel je geen gezag. En zonder gezag rest slechts macht. Dan is de verbinding weg. Zijn leerlingen voelden dat haarscherp aan: eerst aardig doen en als het daarmee niet lukt bozig maatregelen nemen. Dan ben de ze kwijt.

De serie liet ook zien dat leerlingen laten leren door buitenstaanders zoals Tim en Nicolaas als vanzelfsprekend wordt vertaald met ‘ik vertel en jullie luisteren’. Op een enkele les na ging het over leerstof presenteren en opdrachten maken. Leren vraagt meer regie dan alleen dat. Denken op gang brengen bij vijfentwintig onrustige pubers die allemaal op hun eigen manier aandacht vragen, vraagt om vakmanschap dat je niet zomaar uit je mouw schudt.

Het is mooi dat de VPRO het zo integer in elkaar zette en dat de school en leerlingen zich wilde laten zien. Of het leraarschap als beroep voor jonge mensen die voor een studiekeuze staan er ook interessanter door is geworden, weet ik niet. Het werd heel duidelijk dat je ‘leraar zijn’ niet even uit je mouw schudt en dat het heel hard werken is. Dat is ook winst. Misschien zijn we nu van die domme gedachte af ‘dat als je nergens goed in bent, je altijd nog leraar kan worden’. Niks daar van: het is een vak.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *