Zijn wij ons brein?

Kiezen we voor Schwaab of voor de filosofen?

Wij zijn ons brein, betoogt de eerste uitvoerig in zijn boek. Niks vrije wil. Markus Gabriel gaat daar in zijn boek Waarom we vrij zijn als denken recht tegenover staan: we hebben een vrije geest. Hij schrijft een uitgebreid betoog tegen de naturalistische visie van Schwaab en kompanen. Ik heb mijzelf altijd als naturalist beschouwd. Ik denk dat alle vragen tussen hemel en aarde uiteindelijk een wetenschappelijk antwoord krijgen. Niet dat ik dat nog ga meemaken, maar dat is geen reden te vluchten in voor mij mysterieuze theorieën van geest, religie of spiritualiteit.

De dochter van mijn vriendin liet het boek van Markus Gabriel bij ons achter. Ze gaf het op na 180 bladzijden ingewikkelde zinnen en redenaties. Ik moest er ook maar eens naar kijken. Dat deed ik.

Gabriel heeft inderdaad geen gemakkelijk boek geschreven. Hij haalt de hele geschiedenis van de filosofie er bij. Na het – deels geboeid, deels worstelend – gelezen te hebben is mijn voorlopige conclusie dat je wellicht kan volstaan met de laatste 25 bladzijden. Daar lijkt uiteindelijk enige bondigheid te ontstaan, hoewel Gabriel het antwoord op de centrale vraag in zijn boek, zijn wij ons brein?, ook daar niet eenduidig beantwoordt.

Machine

De Franse huisarts Julien Offray de la Mettrie schreef in 1748 het boekje  L’homme Machine, ‘de mens is een machine’. Ik vond ooit een oud, beduimeld exemplaar in een antiquariaat. Het staat sindsdien in mijn boekenkast. Het is geen hoogstaand werk. Het is geschreven in eenvoudige taal en geïllustreerd met priegelige, bijna komische tekeningen van ingewikkelde machines die de werking van hart en longen moeten verbeelden. De mens als machine. De la Mettrie wordt als een van pioniers van het materialisme beschouwd. De opvatting dat alles op aarde terug te brengen is tot een stoffelijke werkelijkheid. Niks God of geest; uiteindelijk zal alles logisch verklaarbaar worden. De la Mettrie werd voor zijn opvattingen vervolgd, vluchtte naar Nederland, woonde enige tijd aan het hof van de verlichte Duitse vorst Frederik de Grote en overleed jong. Lamettrie zoals hij meestal genoemd wordt, wordt alleen terloops, bijna schimpend genoemd in het boek van Gabriel. Daarmee doet hij hem tekort. De drang te weten hoe het lichaam werkt is essentieel voor de vooruitgang in de wetenschap. Dat inzicht van Lamettrie kwam voor de religieus overtuigden te vroeg. Descartes mocht dan al honderd jaar dood zijn, echt ingedaald was diens gedachtengoed nog niet.

Neurocentrisme

Het debat gaat het over zogenaamde neurocentrisme. De gedachte dat alles wat wij denken en doen uiteindelijk door onze hersenen gestuurd wordt en dat daarmee de vrije wil niet kan bestaan. Als de door de evolutie fijn geslepen mechanismen ons erfelijk belast hebben met maar drie drijfveren: veiligheid, voeding en voortplanting, is in essentie alles wat we doen immers voorbeschikt. Dan zijn wij om met Lamettrie te spreken een machine. Dan kunnen wij slechts denken en handelen binnen de onze genetisch bepaalde grenzen. Een zwart wit printer krijgt niet uit zichzelf het inzicht van kleur. Onze hersenen zijn in dat denken een heel complexe machine waarvan we veel nog niet begrijpen, maar ook één die we stap voor stap aan het doorgronden zijn. 

Er is de afgelopen jaren veel over het neurocentrisme gepubliceerd. Wij zijn ons brein, De vrije wil bestaat niet, De vrije wil is geen illusie en het bovengenoemde Waarom we vrij zijn als we denken. Een boek dat veel minder de aandacht trok, maar zeker in dit rijtje thuis hoort omdat het in mijn ogen veel duidelijk maakt over wat er eigenlijk in je hoofd gebeurt als je denkt, is Analogie, de kern van ons denken, van de cognitieve psychologen Hofstadter en Sanders. 

Denken

Wat is dat dan, denken. Wat moeten we er ons bij voorstellen? Daarvoor maken we een uitstapje naar Hofstadter en Sanders.

In hun boek Analogie, de kern van ons denken, maken zij inzichtelijk hoe ons leren en denken verloopt volgens een proces van het zoeken en ordenen op basis van analogieën. Met een eenvoudig voorbeeld: dat is een auto, hij heeft vier wielen… en vervolgens delen wij, snel en onbewust, voortaan in eerste instantie alles met vier wielen in bij de categorie auto. Als we iets met zes wielen zien, wordt in een flits de categorie ‘wielen’ geopend. Daar zat wel al iets met twee en vier, maar nog niet met zes en komt er dus een nevencategorie die we voorlopig de naam ‘vrachtauto’s’ geven.  Hofstadter en Sanders illustreren hun theorie over denken en leren met duizenden voorbeelden. In wezen houden zij daarmee een sterk pleidooi voor ‘wij zijn ons brein’ als het er om gaat dat alles wat wij in ons dagelijks leven bewust en onbewust waarnemen, in ons hoofd wordt verwerkt, geordend, al dan niet een plekje krijgt in de buurt van een herinnering die daarmee te maken lijkt te hebben of ze worden verbonden met ervaringen die grote indruk op ons gemaakt hebben. Zou bouwen wij voortdurend aan clusters van kennis, die met elkaar samenhangen en elkaar ook voortdurend beïnvloeden.

Ik realiseer mij dat ik het uitvoerige werk van H en S met deze ultra korte beschrijving ernstig tekort doe, maar zonder er niet tenminste iets over te zeggen, kan ik niet goed duidelijk maken hoe ik in het vraagstuk ‘zijn wij ons brein?’ sta. Is die kennis, zijn die herinneringen zoals hierboven omschreven met of door die ordening een ‘ding’ geworden? Iets, aanwijsbaars, ergens in de hersenen.  Of hebben we daarmee een geest, iets ongrijpbaars gecreëerd? 

Terug naar Markus Gabriel

De kern van de opvatting van Gabriel is, dat ons denken geen materieel proces kan zijn omdat het ongrijpbaar is. Als er ‘iets’ zou bestaan, iets tastbaars, dat ons bewustzijn is, zou dat niet kunnen functioneren zonder dat daar achter ook weer ‘iets’ is, dat dat bewustzijn aanstuurt. Dat dan weer zelfbewustzijn noemen is geen oplossing, want wat regelt dan weer het zelfbewustzijn? Het zelfbewustzijn van het zelfbewustzijn? Zo verschijnt boven iedere commando centrale in ons brein een commando centrale voor de commando centrale. Dat is een redenering die oneindige regressie heet, zoals fractals – de tekening in de tekening in de tekening – of het Droste effect. Dat  is voor filosofen geen acceptabel antwoord op de vraag. Gabriel haalt zo’n beetje alle filosofen van de laatste eeuwen erbij om zijn punt te maken. Schopenhauer, Nietzsche, Hegel, Heidegger, Fichte, Freud, Sartre, Foucault… en hij construeert complexe redenaties rond filosofische begrippen als het ‘Ich’, ‘Es’, het Zijn en de Geest. 

‘Hegel wil aantonen dat de menselijke geest als geheel een geschiedenis heeft die niet te begrijpen is als we die beschouwen als een voortzetting van de biologische verhoudingen met de middelen van bewustzijn.’

En even verderop: ‘Door dit ik, of hij, of het ding dat denkt, wordt niet meer voorgesteld dan een trancedentaal subject van de gedachte = X, dat alleen wordt gekend door de gedachten die zijn predikaten zijn.’

Ik ben redelijk belezen, ook waar het filosofie betreft, maar daar is hij mij toch even kwijt.

Als ik het lees blijft het allemaal taal en interpretatie van woorden en redenaties. Het zal mijn exacte achtergrond wel zijn, maar ik moet meer ‘pakbare’ theorie lezen wil ik het bewustzijn als ongrijpbaar accepteren, wat wellicht weer een tegenspraak in zichzelf is.

Ondertussen in ons brein

In ons dagelijks leven worden we voortdurend bekogeld met informatie. Zoals door Hofstadter e.a. beschreven is het opnemen daarvan een onophoudelijk proces van het zoeken naar analogieën en het sorteren daarvan op basis van overeenkomsten en verschillen met eerder verkregen informatie en ervaringen. Dat proces is meer dan het opbergen van een A4tje in de juiste map en daarmee klaar. Andere delen van de hersenen verbinden zich op basis van de waardering van de nieuwe informatie. Maakt die nieuwsgierig? Is die beangstigend? Welke voorkennis hoort daar weer bij? Hebben we toegang tot wat meer objectieve gegevens in ons hoofd of dringt een primitieve eerste reactie voor? Wat in ons hoofd gebeurt is geen enkelvoudig proces. Er gaan voortdurend duizenden zo niet miljoenen lampjes tegelijk branden, die ook weer allemaal op elkaar reageren. Bewustzijn is niet statisch. De gedachte, overtuiging of bewustwording die zo ontstaat is geen ding maar een buitengewoon dynamisch, alsmaar voortdurend proces. Elke conclusie die we trekken wordt in milliseconden aangevuld, betwijfeld, onderstreept of weggeworpen in de onophoudelijke interactie tussen onze hersencellen. 

The machine of everything

Denken, bewustzijn en zelfbewustzijn zijn continue processen die nooit af zijn. Ons brein kan in die betekenis geen ding zijn omdat dat om een heldere begrenzing vraagt. Het is een proces. Er is geen stabiel bewustzijn zoals je bij een rijdende trein ook nooit kunt zeggen waar die zich precies bevindt: op het moment dat je dat vaststelt, is hij al weer verder. Ons brein is wel een soort machine, maar een die wij (nog) niet kennen. Een machine met duizenden verschillende knoppen, waar onze omgeving, onze aanleg en wij zelf, bewust en onbewust, voortdurend aan draaien. Het is geen mysterie-box met een altijd onvoorspelbare uitkomst. Ons denken beïnvloedt de manipulatie van alle input en daarmee ook de output. Ons brein als een ‘Machine of everything’. Een machine die aan onze leiband kan lopen, die op hol kan slaan en ons tot verrassende inzichten kan brengen. Maar die machine is, ondanks alle input van buiten, van ons. Wij kunnen ons verhouden  tot wat wij denken. Als die machine voortdurende dingen bedenkt waar hij het zelf ook niet mee eens is kunnen wij dat inzien, en een finaal besluit nemen: de stekker er uit trekken. Dat heet zelfdoding en is een besluit tegen alle biologische en evolutionaire drijfveren in. Als we werkelijk helemaal ons brein waren, zou dat een onmogelijk besluit zijn.

Zijn wij ons brein of hebben we een vrije wil?

Moeten we wel keuze maken? Einstein liet zien dat licht een golf èn een deeltje kan zijn, een toen voor veel wetenschappers moeilijk te aanvaarden theorie. Uiteindelijk bleken die twee op het eerste gezicht tegengestelde uitspraken goed verenigbaar. Zijn wij ons brein of hebben we een vrije wil? Het is vermoedelijk allebei waar, zonder elkaar tegen te spreken. Krachtig één kant in het debat kiezen, zal nooit de antwoorden op alle vragen leveren. Enerzijds zijn we onderworpen aan een aantal sterke mechanismen in onze hersenen. Wij zijn dan niet meer zijn dan een machine. Tegelijkertijd zitten er aan die ‘machine of everything’ een oneindig aantal knoppen. Knoppen waar wij aan kunnen draaien. Knoppen waarmee we kunnen wikken en wegen. Knoppen waarmee wij de uitkomst kunnen kleuren, bevestigen of afwijzen. The machine is ons brein. Dat neemt ons veel uit handen. Maar er zitten knoppen aan. Knoppen waarmee we keuzes kunnen maken.

We zijn ons brein, maar zijn ook vrij.

Simon Ettekoven

Wadenoijen, november 2020

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *