Kennis, Rosanna & Maurice

In haar column in het NRC van afgelopen zaterdag schrijft Rosanne Hertzberger dat wetenschappers  meer naar mensen als Maurice de Hond zouden moeten luisteren. Ik zou het omgekeerde willen bepleiten. Het is volstrekt onzinnig te denken dat er een inhoudelijk productieve dialoog ontstaat tussen iemand die zich sinds drie maanden voor een onderwerp interesseert en een wetenschapper met een opleiding van vele jaren gevolgd door decennia van kennis verbinden en verdiepen. Het is alsof Max verstappen verplicht wordt zijn bochtentechniek te verdedigen tegenover iemand die pas drie maanden zijn rijbewijs heeft. Natuurlijk, de Hond mag, mits bewust van zijn beperkte kennis, vragen stellen. Dat is iets anders dan met die zeer beperkte kennis op een toon van zeker weten de discussie aan willen gaan. De Hond heeft drie maanden veel gelezen. Dan heb je informatie verzameld. Niks meer, niks minder. Dat is iets anders dan over diepe, breed verankerde kennis over een thema beschikken. De Hond kan zijn informatie niet rijmen met de beslissingen. Verwarrende informatie is een goede start voor een zoektocht. Maar dan moet je eerst heel lang vragen stellen en niet al bij de start doen alsof jij het antwoord hebt. Je standpunt uitstellen en echte vragen stellen. Geen vragen die hengelen naar de bevestiging van jouw prille mening, maar vragen die de wetenschappers aan het denken zetten. Maar ja, goede vragen stellen is nu eenmaal vele malen moeilijker dan een vooringenomen standpunt verdedigen. Hetzelfde geldt in zekere mate voor Rosanna Hertzberger. Als ik het goed heb begon ze ooit als microbioloog, maar is ze al weer een jaar of tien publiciste en weg uit het onderzoek, de plek waar werkelijke wetenschap bedreven wordt. Ook dan past vragen stellen beter dan een stevige opstelling.

Lees verder / reageer

Zwarte bladzijden

Iedereen boetseert de ervaringen in zijn of haar hoofd tot een verhaal waarmee te leven valt. Is de grachtengordel in Amsterdam met zijn monumentale panden een cultuur-icoon om trots op te zijn en een reklame voor ons land, of het tastbare bewijs van gewetenloos winstbejag van onze voorvaderen? Trots voelt prettiger dan schaamte, dus wint bij de meeste mensen de roze versie het van een verhaal met tenminste net zoveel zwarte bladzijden. Coetzee schreef samen met de psychiater Annabel Kurtz een mooi boek over dat mechanisme; Het goede verhaal. Hoe wij de eigen bijdrage aan onze biografie ongemerkt zo bijkleuren dat er goed mee leven valt. 

Over elke geschiedenis kun je verhalen schrijven vanuit verschillende gezichtspunten. Welk verhaal je het overtuigendst vindt, zegt ook iets over jou. De schaduwzijde klein maken omdat het in die tijd ‘heel gewoon’ was, getuigt van een smalle blik op de wereld buiten de eigen cultuur. 

Ik hoop niet dat onze nakomelingen over twee eeuwen schrijven, dat je de holocaust als begrijpelijk onderdeel van het tijdsbeeld van de 19e eeuw moet zien. 

(Deze column verscheen eerder als ingezonden brief in het NRC)

Lees verder / reageer

Droomschool

Op de een of andere manier lukte het me niet om het programma Dreamschool tot het einde toe uit te kijken. Niet alleen als serie, ook bij elke aflevering; na een kwartiertje mijn best doen was ik er elke keer helemaal klaar mee. Het idee lijkt niet verkeerd. Neem een ploegje jongeren die om allerlei redenen in het reguliere onderwijs hun draai niet gevonden hebben en naar de rand van de maatschappij afglijden. Zet ze in een nieuwe, kansrijke omgeving, voed ze met allerlei inspirerende voorbeelden en zorg voor betrokken begeleiders met kennis en ervaring, aandacht en uithoudingsvermogen. Het klinkt als een kansrijk concept. Waar ging het dan mis?

Waarom laat Dreamschool een smaak achter van trash-tv, terwijl 100 dagen voor de klas mij direct voor zich wist te winnen? Ook in die serie kwamen we een paar jongeren tegen die zo in Dreamschool gepast hadden. Het is alle twee reality tv, niet mijn favoriete genre, maar dat kun je blijkbaar op verschillende manieren maken. Ik twijfel geen moment aan de goede bedoelingen van Lucia Rijker en Eric van ’t Zelfde. Ik denk dat alle twee het hart op de goede plaats hebben. Maar bekende Nederlander zijn is geen garantie voor integere en kwaliteitsvolle televisie. Van ’t Zelfde is een ervaren schooldirecteur en kreeg bekendheid als de inspirerende rector van een school in oorlogsgebied. Wat bezielde hem dan om uitgerekend in dit programma in te stemmen met een gastles door het zelfbenoemd orakel Maarten van Rossum? Dan ben je het spoor even bijster. Of overruled door programmamakers. Onze hoofdrol spelertjes waren vogeltjes voor de kat. Porno-TV noemt mijn nichtje dat. Elke docent met meer interesse in de eigen inhoud dan in zijn leerlingen, stuurt op een debacle af. Exit van Rossum. Zijn werk is goed betaalde lompheid met een air van ‘zo zit het nu eenmaal’ gedompeld in een vederlicht academisch sausje aan de man te brengen. Het is entertainment ten koste van je groep. Het was voor deze jongeren het zoveelste bewijs dat je voor ouderen geen respect hoeft te hebben. En dat wat ze zeggen er niet toe doet. Van ’t Zelfde had dat kunnen voorkomen. Nu mocht de kijker zich even amuseren met het spektakel. En Lucia Rijker? Ze barst van doorzettingsvermogen, vasthoudendheid en interesse in ‘haar klasje’. Maar met dat, veel invoelend vermogen en wat psychologiseren kom je er niet. Al helemaal niet als dat leidt tot dooddoeners als ‘als je het werkelijk wilt, kun je alles bereiken’. De mythe van de maakbaarheid met een likje positieve psychologie. Die uitspraak is een directe belediging aan het adres van al die jongeren die in het zelfde schuitje zitten en niet op tv komen. 

Dreamschool is een mislukte mix van goede bedoelingen en de drang naar kijkcijfers. Als er nog een seizoen komt is het beter naar een andere regisseur en producent om te kijken. Wellicht dat praten met de VPRO en de mensen van ‘100 dagen voor de klas’ een idee is. In de formule zit best een integer programma. Maar niet zo. En als dat niet lukt? Misschien moet van ’t Zelfde dan maar gewoon gaan doen waar hij goed in is; een school leiden. En Rijker? Neem je groepje maar mee je sportschool in. Doe het met ze in plaats van er over te praten, en laat die camera maar weg.

Lees verder / reageer

100 dagen voor de klas

Het zit er op voor Tim den Besten en Nicolaas Veul. Honderd dagen voor de klas met niet meer op zak dan een ultra korte crash cursus en een berg goede wil. Dat laatste hebben ze erg nodig gehad. Beiden erkenden de laatste dag ruiterlijk dat ze opgelucht waren dat het er op zat. 

100 dagen voor de klas. Het had gemakkelijk een reality-docu van het niveau ‘Jouw huis – Mijn huis’ kunnen worden, maar dat werd het gelukkig niet. Heel Nederland kon nu eens van dichtbij zien wat je allemaal moet kunnen om leraar of lerares op een school voor voortgezet onderwijs te zijn. ‘Het is een vak’, werd menigmaal verzucht. Dat klopt, een vak dat veel kennis en heel veel vaardigheid vereist. Bijvoorbeeld de vaardigheid om snel een klassensituatie te lezen zoals een piloot in zwaar weer zijn instrumenten leest. Welke signalen kan ik in deze situatie negeren en welke moet ik heel serieus nemen. Moet ik nu op mijn intuïtie vertrouwen of juist een time-out nemen en even rustig nadenken. Welke van de tips die in de lerarenkamer door de lucht vlogen moet ik nu gebruiken? Veel beginnend docenten hebben een jaar of twee nodig om vaste grond onder hun voeten te krijgen, om te leren vertrouwen op hun eigen kunnen. En daarvoor zat dan al een gedegen opleiding van een jaar of vier, met veel stage, de kunst afkijken bij ervaren vakmensen en zelf uitproberen. Tim en Nicolaas hadden maar honderd dagen. Op het moment dat het wat begon te worden, de ergste schrik voorbij was en de belangrijkste lessen geleerd, was het al weer voorbij. Tim en Nicolaas weten voor eens en voor altijd dat het een vak is, leraar zijn. Geen bezigheid of ‘een beetje aanleg en dan lukt het wel’. 

Aanvankelijk leek Nicolaas het meest getalenteerd met zijn overdosis enthousiasme, interesse in leerlingen en de relativering van de eigen rol, maar hij struikelde over een beginnersfout. Nicolaas vertaalde in zijn poging overeind te blijven de onderwijswet ‘altijd eerst verbinding maken met leerlingen’ naar ‘ik moet vriendjes met ze worden’. Daarmee ontwikkel je geen gezag. En zonder gezag rest slechts macht. Dan is de verbinding weg. Zijn leerlingen voelden dat haarscherp aan: eerst aardig doen en als het daarmee niet lukt bozig maatregelen nemen. Dan ben de ze kwijt.

De serie liet ook zien dat leerlingen laten leren door buitenstaanders zoals Tim en Nicolaas als vanzelfsprekend wordt vertaald met ‘ik vertel en jullie luisteren’. Op een enkele les na ging het over leerstof presenteren en opdrachten maken. Leren vraagt meer regie dan alleen dat. Denken op gang brengen bij vijfentwintig onrustige pubers die allemaal op hun eigen manier aandacht vragen, vraagt om vakmanschap dat je niet zomaar uit je mouw schudt.

Het is mooi dat de VPRO het zo integer in elkaar zette en dat de school en leerlingen zich wilde laten zien. Of het leraarschap als beroep voor jonge mensen die voor een studiekeuze staan er ook interessanter door is geworden, weet ik niet. Het werd heel duidelijk dat je ‘leraar zijn’ niet even uit je mouw schudt en dat het heel hard werken is. Dat is ook winst. Misschien zijn we nu van die domme gedachte af ‘dat als je nergens goed in bent, je altijd nog leraar kan worden’. Niks daar van: het is een vak.

Lees verder / reageer

Online onderwijzen

De Volkskrant schreef onlangs dat de corona crises een sprong voorwaarts voor het online onderwijs betekent. Een sprong voorwaarts? Het is prima dat het nu zo kan. En een deel van de winst die we daarmee boeken t.o.v. traditioneel onderwijs, moeten we proberen vast te houden als dit allemaal achter de rug is. Bijvoorbeeld met het online zetten van de perfecte (hoorcollege-) les over bepaalde thema’s zodat elke leerling toegang krijgt tot het verhaal van de allerbeste docent. Of door met bijvoorbeeld Teams ook buiten ‘lesuren’ contact te houden met projectgroepjes of leerlingen die door omstandigheden niet naar school kunnen. Maar een sprong voorwaarts? Laten we in vredesnaam niet gaan denken dat online onderwijs een goede les kan vervangen. Het is een hulpmiddel, niets meer en niets minder. Zelfs een heel goed uitgevoerde online les komt in kwaliteit van leren niet in de buurt van een goede ‘life’ les. En middelmatige ‘life’ lessen, worden helemaal een belabberd online gebeuren. Dat wordt bevestigd door digitaal heel ervaren collega’s. Collega’s die geen enkele moeite hebben met allerlei ondersteunende appjes en internetprogramma’s en kunnen ze lezen en schrijven met hulpmiddelen zoals Teams, maar die, niet onbelangrijk, ook heel goede docenten zijn zonder al die hulpmiddelen. Juist die collega’s blijken sceptisch als over een omslag naar digitaal onderwijzen gaat. In een goede les draait het om verbinding met je deelnemers, het voortdurend sturen op leeractiviteiten; het doelgericht en creatief omgaan met het leerproces in de groep. 

Een paar jaar geleden zag ik een ‘one-man-band’ optreden op een feestje. Met een soort electronisch orgel wat allerlei instrumenten weer kon geven, begeleidde de zanger zichzelf bij een 25 jaar goud van oud repertoire. Hij zong best goed, en alle instrumenten klonken net echt, maar een echt swing feestje wilde het niet worden. De muziek miste iets. Het was allemaal te foutloos, te geconstrueerd, net echt. Het miste de creativiteit van een life optreden met een drummer, gitarist, bassist en zanger die werkelijk met elkaar spelen. Zo is het ook bij lesgeven met Teams. Best aardig, maar nooit zo goed als in werkelijkheid. Het krijgt nooit de kwaliteit van life muziek. Door de klas lopend een leergesprek regisseren is iets anders dan met de knoppen leerlingen afwisselend het woord geven. Hoe soepel je ook met Teams-functies als poll, chat of break-out rooms kunt werken; een echt goede les wordt het niet. 

Online onderwijs kan een nuttige aanvulling op contact onderwijs zijn. Bijvoorbeeld met de perfecte uitleg, die iedereen zo vaak kan bekijken als hij wil, of wellicht in plaats van dat ene ongelukkige lesuur vrijdag het zevende waardoor leerlingen drie tussenuren zouden hebben. Of even een check-up met dat projectgroepje dat al twee lessen buiten school actief is. Maar laat het de goede les niet vervangen. Online programma’s zoals Teams zijn een hulpmiddel, niets meer en niets minder.

Goed onderwijs kan niet zonder goede les. 

Lees verder / reageer