HILL?!

Hill waart rond. High Impact Learning, een uit het bedrijfsleven afkomstig nieuw onderwijs concept. Inmiddels wordt het breed omarmd door allerlei scholen voor middelbaar- en hoger beroepsonderwijs. En… is het wat? Dat valt te bezien!

Dochy heeft het omarmd. Dat is niet de eerste de beste in onderwijsland. Als hij zijn naam eronder zet is het tenminste de moeite van zorgvuldig bestuderen waard. Maar dat is iets anders dan het pats-boem invoeren. Hill is een afgewogen concept waarvan het meenemen van alle sleutelcriteria een essentiële voorwaarde is voor succes op de werkvloer. Of, zoals dat dan in opleidingen gaat, op het leerplein. En daar gaat het mis. Neem nu de eerste voorwaarde: de student moet ‘urgentie’ ervaren. Echt urgentie ervaren ontstaat niet als je het verplichte curriculum met een sausje van een opdrachten overgiet en die met een uitgewerkt stappenplan aan je studenten aanbiedt. Met urgentie wordt bedoeld dat de student verstandelijk en emotioneel de noodzaak ervaart met het vraagstuk aan de slag te gaan. Of een leervraag urgent is bepaald niet de docent, maar in de eerste plaats de student. Zonder door de student ervaren urgentie, valt de bodem onder Hill weg.

Een andere voorwaarde is interactie. Dat is iets anders dan hopen of voorschrijven dat je studenten het ‘samen’ moeten doen. Interactie gericht op leren vraagt een zorgvuldige keuze van leeractiviteit in samenhang met de leervraag. Dat is iets anders dan ongeorganiseerd groepswerk.

Vooruit, nog één: ‘assessment’. Een assessment als afsluiting is iets anders dan een goed gesprek met de student over het geleverde werk. Assessment is laten zien dat je het kan. Zichtbaar maken, niet praten over. Een echt assessment is dan ook het beoordelen van de werkelijke prestatie van de student in de werkelijke context. Natuurlijk kan dat aan de hand van een portfolio, filmmateriaal of wat er verder tegenwoordig allemaal aan media voorhanden is. Als het echte kunnen maar zichtbaar wordt.

Ik merk dat die sleutel kenmerken van Hill ondanks de zorgvuldige benadering van Dochy en zijn vele publicaties daarover, in verschillende onderwijsexperimenten niet worden meegenomen. Dat is water in de wijn. Goedkoper, maar van twijfelachtige kwaliteit. Zo leidt het tot eenzaam leren op leerpleinen en verloedering van onderwijs.

Hill? Doen! Maar dan wel goed!

Lees verder / reageer

Moraal!

Ik was een hele week op bezoek in lessen en hoorde het woord Oekraïne niet of nauwelijks. Bijzonder. Met de betrokken docenten sprak ik alles wat er over die lessen te bespreken was naderhand door. Het woord Oekraïne viel niet. Had ik het uit mijn systeem geschoven? Natuurlijk wil ik niet dat alle gruwelen in de klas nog eens breed worden uitgemeten, maar er valt een hoop te leren buiten het curriculum om. In één groep ging het over sociale hygiene. Een thema niet ver buiten de actualiteit van dit moment dunkt me. In een andere groep over gesprektechniek. Ook daar is het bruggetje zomaar gemaakt. Waarom dacht ik daar niet aan?

Achteraf had ik met die groepen studenten graag over moraliteit en macht gesproken. Samen verkennen wat die twee met elkaar te maken hebben. Mag je die dingen doen alleen maar omdat je het kan? Omdat je de macht ertoe hebt. Is macht een autorisatie voor geweld? Een uitstapje naar The Voice, Ajax of de turnacademie is dan ook zomaar gemaakt. Waarom gaan mensen met macht toch zo vaak rare dingen doen, met als uiterste meneer Poetin?

De opleiding waar ik rondloop leidt op tot zelfstandige vakmensen. Een medewerker vertelt me dat machtsmisbruik in de traditionele keuken tot voor kort aan de orde van de dag was. Macht en machtsmisbruik. Daar moet je het over hebben in vakopleidingen. En neem wat in de Oekraïne gebeurt dan maar gelijk even als verschrikkelijk voorbeeld mee. Geen les in geven: een goed leergesprek voeren. Ik weet het; dat is niet altijd even gemakkelijk en het curriculum is al overvol. Maar dit mag niet ontbreken. Wees niet zo stom als ik; dat je het in de hitte van je eigen vakidiotie even over het hoofd ziet.

Lees verder / reageer

Schrijven!

We moeten schrijven, veel meer schrijven, dicteert Paul Kirschner in een onderwijs tijdschrift. Met de hand wel te verstaan. Wat je met de hand schrijft beklijft beter in onze hersenen dan wat we typen, laat staan wat we met twee duimen invoeren op onze telefoon. Kirschner loopt daarmee op dun ijs. Heel veel onderzoek is er nog niet. Laten we zeggen dat er aanwijzingen zijn dat met de hand schrijven beter is, maar goed, wat schieten we op met die constatering? In het po wordt nog vol op geïnvesteerd in schrijven met de hand , in het vo al veel minder al bestaat ’het schriftje’ daar nog wel. Het probleem of vraagstuk wordt pas na daarna echt zichtbaar. In de collegezaal zie je vrijwel uitsluitend laptops opengeklapt worden als de lector het woord neemt en in het mbo? Wanneer zag ik daar voor het laatst een schrift?

Het argument dat typen vaak het letterlijk overnemen van wat gezegd word is en met de hand schrijven door het lagere tempo meer uitdaagt tot een samenvatting in eigen woorden, is interessant. Samenvatten in eigen woorden is een opstap naar hogere orde leren. Maar dan ligt de remedie toch voor de hand? Tijdens je uitleg kleppen dicht, de klep van de laptop wel te verstaan, en vervolgens je verhaal regelmatig onderbreken met een korte pauze om aantekeningen te laten maken. Dat wordt dan vanzelf een notitie in eigen woorden. Zo dus?

’Kleppen weer open, maken een notitie in eigen woorden over wat ik net verteld heb’.

’Mo, laat eens horen?’

Blijft het probleem dat we het met de hand schrijven langzaam verleren. Willen we dat? Er zijn tal van aanwijzingen uit hersenonderzoek dat dat de ontwikkeling van onze (fijn) motorische vaardigheden remt. Dus als het je lukt met dat schriftje, is dat vermoedelijk wél beter…

Lees verder / reageer

Online? Kleine groepen!

Marcel van Roosmalen beschrijft in zijn column in de nrc pijnlijk duidelijk de makke van lesgeven online. In een paar streken schetst hij de zinloosheid van de goed bedoelde pogingen van de leerkracht om zijn dochter Lucie thuis te bereiken. Voor de helderheid: leren online heeft tot nu toe alleen zijn nut bewezen in de zogenaamde ’instructie-video’. Het glasheldere U-tube filmpje dat laat zien hoe je het batterijtje vervangt, je koffiezetapparaat schoonmaakt of weet ik wat repareert. Al het andere is ’talking-heads’. Geleuter tegen de camera. Dat is alleen boeiend voor mensen die 100% geïnteresseerd zijn in wat jij te vertellen hebt. En met alle respect voor leerlingen en studenten: dat is in het onderwijs nu eenmaal niet zo. Het lukte de juf van Lucie dus ook niet om er iets van te maken wat maar in de buurt van een les kwam. 

En de oplossing ligt zo voor de hand. Deel je groep op in viertallen. Praat mét ze, niet tégen ze. Leg uit wat je de komende uren van ze verwacht. Koppel ze aan elkaar, zeg hoe laat ze weer in moeten loggen en op naar je volgende viertal. Maak contact snotverdorie, met allemaal! 

Het is wellicht mosterd na de maaltijd. iedereen mag weer naar school van onze ministers. Maar desondanks kan het geen kwaad het nog maar eens te herhalen: het begint met goed live onderwijs. Op een aantal plekken heeft men plotseling de ’voordelen’ van online onderwijzen ontdekt. Geen reistijd, schijnbaar geen gedoe om je studenten of leerlingen bij de les te houden, koffie onder handbereik… Het lijken allemaal voordelen. Schone schijn. Het instructie filmpje is prima. Maar vergis je niet in de vakkennis die nodig is om dat te maken. Online is ok voor contact met individuen of kleine groepjes op afstand. Maar bedenk dat goed ’live’ onderwijs onmisbaar is.

Lees verder / reageer

Minister Dijkgraaf en het mbo

Even geleden schreef ik een ingezonden brief aan de nrc over de kabinetssamenstelling. Dat er een bewindsman kwam voor hoger en wetenschappelijk onderwijs en één voor po en vo. Daar tussen niks. Niet eens een staatssecretaris. Het mbo, met recht de hoeksteen van de samenleving, was weer eens over het hoofd gezien. Mijn vriendin poste het voor de aardigheid op linkedin en zie daar, 100, 500, 2000, 4000… Het werd gelezen, en niet zo’n beetje ook. Het gonsde fiks op het internet. Het werd helemaal mooi toen de nieuwe minister deze week direct na zijn aanstelling zomaar, ongevraagd meldde dat het mbo een buitengewoon belangrijke sector was die beslist zijn aandacht verdiende. 

Bingo. Heeft het volk dan toch invloed? Maakt het uit als je iets zegt of schrijft of was het een wonderlijk toeval? Zou hij ’s ochtends bij het ontbijt de nrc spellen of hebben zijn ambtenaren hem razendsnel iets ingefluisterd? Maakt niet uit, hij heeft het gezegd! En dat getuigt tenminste van voldoende intelligentie, hoewel ik al het idee had dat je hem niet snel op een domheid betrapt. Sommige mensen noemen hem zelfs te intelligent voor de politiek…

Nu is goed luisteren en om je heen kijken, goed sociaal gedrag zeg maar, niet alleen een eigenschap van prettig intelligente mensen. Het is ook een kenmerk van oplichters. Die kunnen je immers alles laten geloven. 

Tsja. Goed en kwaad zijn soms maar door een dun lijntje gescheiden. Dijkgraaf klinkt als een betrouwbare man. Maar ik stel toch voor dat we hem goed op zijn huid blijven zitten. Het mbo verdient die aandacht. Zeker gezien de doelen van deze regering.

Lees verder / reageer