Een minister voor het mbo!

Het nieuwe kabinet heeft een minister voor basis en voortgezet onderwijs, een minister voor hoger- en wetenschappelijk onderwijs en een minister voor…? Nee, geen minister voor mbo, dat vond men blijkbaar niet nodig. 

Dat is merkwaardig. Geen sector speelt zo’n belangrijke rol in de vormgeving van onze toekomst als het mbo. Geen klimaat doelstelling, geen miljoenen nieuwe huizen en al helemaal geen handen aan het bed zonder mbo.  We worden bedolven onder studenten met een master – blijkbaar de hoofdprijs op je cv. Theoretici, denkers adviseurs en creatievelingen te over, maar de mensen die het moeten doen, de vaklieden die het kunnen uitvoeren, daar komen we er steeds meer van tekort. We hebben vakkundige mensen nodig in de zorg,  mensen die de zonnepanelen op onze daken leggen, mensen die al die nieuwe huizen gaan bouwen, mensen die er voor zorgen dat de trein rijdt… En die moeten allemaal vakkundig opgeleid worden. Dat doet het mbo. Maar in de opleidingen van juist die sectoren loopt het aantal studenten terug.  Blijkbaar is werkeloos met een master een aantrekkelijker toekomst dan installateur zijn met meer dan genoeg werk. Daarbij is het mbo zwaar getroffen door alle corona beperkingen. Stageplekken verdwenen op slag, studenten raakten zoek; juist mbo opleidingen moeten het hebben van de nabijheid doen en leren. 

Het zal aloude onderscheid tussen hoofd of handen wel zijn. Je bent hoger of lager opgeleid. Middelbaar bestaat blijkbaar niet. Terwijl het toch de grootste groep is in ons land. De groep die inzicht en praktijk leert combineren. Maar daar is blijkbaar geen minister voor nodig. 

Het nieuwe kabinet begint met een pijnlijk missertje. Een blinde vlek voor het mbo heeft op termijn een hoge rekening. Zet de verwarming op het binnenhof maar een paar dagen uit. Misschien dat ze het dan een keer voelen.

Lees verder / reageer

Houd verbinding!

Als ik het goed heb begrepen gaan de meeste scholen voor deze ene week niet ineens het online onderwijs opnieuw optuigen. Prima, hoeft voor mij ook niet, het was al zwaar zat dit jaar.

Maar je kunt wel iets anders doen! Iets wat jou en je leerlingen of studenten helpt. Iets waar je in de gewone situatie nauwelijks aan toe komt.

Ga een goed gesprek aan!

Met allemaal. In teams of in zoom. Niet in groepen maar 1 op 1 of misschien in tweetallen, niet meer. Geen online onderwijs of iets wat daar op moet lijken, maar geef aandacht

Bereid een lijstje goede vragen voor. Hoe ze hun vrije tijd besteden, over hun hobby’s, of er thuis iets aan kerst gebeurt en zo ja wat, over bijbaantjes… Vragen waarmee je verbinding maakt, vragen waarmee je ze beter leert kennen. Luister en vraag door! Breng ze aan het vertellen. Zorg ervoor dat, in het geval er iemand meeluistert, je met je vragen kunt wisselen tussen ernst en onschuld. Vraag ook hoe het leren het afgelopen halfjaar ging, wat was goed, wat kon beter kon, hoe jij, juf, meester, meneer, mevrouw hen beter had kunnen helpen, waarop ze hopen voor het nieuwe jaar… En als ze toch thuis wat aan school willen of kunnen doen, wat dan. Bedenk een paar speelse en tegelijkertijd leerzame thuis- of buitenopdrachten. 

Laat ze voelen dat je ze gezien hebt. Gun jezelf daarvoor een keer alle tijd. Met een handjevol per dag, spreek je ze deze week allemaal. 

Groet en een goed jaar met je groepen toegewenst.

Ik meld mij weer in 2022

Lees verder / reageer

Stoelendans

De samenstelling van een nieuw kabinet staat op beginnen. Terwijl Nederland zich buigt over het menu van het kerstdiner, zitten er ook een aantal mensen met een gloeiend heet mobieltje in hun zak.

‘ik kan gebeld worden.’

De zoektocht naar een nieuwe minister van onderwijs kan beginnen. Want alstublieft; een nieuwe graag. De vorige, minister Slob, hebben we we op weinig goede ideeën kunnen betrappen. Alles bij het oude, hooguit met een extra schepje eisen en voorschriften er bovenop. Tijd voor iemand die weet waarover het gaat. Mag ik een voorstel doen? Ik vermoed dat ze er niet op zit te wachten, dat ze overgehaald zal moeten worden, maar dat zijn meestal de beste. Wat dacht u van Moniek Volman? Hoogleraar onderwijskunde. Een minister met werkelijk verstand van de sector zou een weldaad zijn na jarenlang met regelneven en nichten opgescheept te zijn. mevrouw Volman laat regelmatig in woord en daad zien dat ze weet wat er toe doet in onderwijs. Ze weet hoe goed onderwijs er in praktijk uitziet. Op het niveau van de klas, de school en in de maatschappij. Met haar aan het roer denk ik dat het dreigende gevaar van de school als efficiënte digitale kennisfabriek nog wel afgewend kan worden.

Alsjeblieft geen efficiency denker, of gelovige van de digitale revolutie. Als je de schimmige ideeën over hoe onderwijs er uit zou moeten zien aan de digi-deskundigen over laat, weten we wat we krijgen: eenzaam onderwijs in laptop-scholen zoals toen, van allesweter Murice de Hond. Gelukkig heeft die inmiddels een andere hobby. En liever op die plek ook geen politiek dier met meer zorgen over de eigen positie dan die van de mensen voor de klas.

MevrouwVolman, ik wil uw kerst niet bederven. En ik weet niet eens waar uw politieke voorkeur ligt. Maakt me ook niks uit. U hebt verstand van onderwijs, toont keer op keer een vriendelijk soort scherpte waar we dringend om verlegen zitten.. Denk er serieus over na als ze u bellen. Elst Borst moest ooit ook over de streep getrokken worden. We hielden er prachtige wetgeving aan over.

Maak mijn kerstdagen goed, en zeg ja als ze u vragen.

Lees verder / reageer

Kennis of kunde?

Het heet blijkbaar geen onderwijskunde meer. Of heb ik iets gemist?

In een artikel van hoogleraar onderwijskunde Monique Volman las ik dat het tegenwoordig bon ton is om onderwijskunde om te dopen tot onderwijswetenschappen. Onderwijs-wetenschappen? Daar kunnen we lang over bakkeleien. Onderzoeken die zouden aantonen dat bepaalde methodieken in het onderwijs effectiever zouden zijn dan andere, heb ik altijd met enige achterdocht bestudeerd. 

Anders dan in exacte wetenschappen is het in onderwijsonderzoek heel moeilijk leersituaties met elkaar te vergelijken. Zo is er bijvoorbeeld veel studie verricht naar de effectiviteit van samenwerkend leren. Voor iedereen die daar ervaring mee heeft zal duidelijk zijn dat vergelijkend onderzoek daar naar doen, allerlei valkuilen kent. Zijn vergelijkbare groepen gevormd? Is de kwaliteit van de begeleidend docent niet tenminste van zoveel belang voor het leereffect als de gekozen leerstrategie? Is er gekeken naar voorkennis en achtergrond van leerlingen? Het gedrag van een of enkele leerlingen kan een wereld van verschil maken voor het (klassikale) leereffect. Hattie heeft in zijn populaire boek ‘Visible Learning’ geprobeerd dat allemaal mee te nemen door een groot aantal onderzoeken met elkaar te vergelijken. En dan nog moet je zijn bevindingen lezen als voorzichtige aanwijzingen voor wat verstandig zou kunnen zijn om te doen. In die zin is het geen ‘harde’ wetenschap. 

Ik stel voor dat we het onderwijskunde blijven noemen, en ons er niet voor schamen dat het een praktijkstudie is. De onderwijswetenschap mag zich buigen over de grote ideeën er achter. Prima, ik weet graag vanuit welke visie op leren ik doe wat ik doe. Maar het staat of valt uiteindelijk allemaal weer met de kwaliteit van uitvoering door de docent. 

What else is new…

Lees verder / reageer

Gewoon werk!

In de Groene Amsterdammer las ik een artikel over de positie van de mbo’er in onze maatschappij. De term ‘het verwaarloosde midden’ valt. Mbo’ers knippen ons haar, repareren onze cv, doen de apk van onze auto, staan ons te woord aan de helpdesk en verzorgen ons in het ziekenhuis. En dat is nog maar een kleine opsomming. Wat doen ze eigenlijk niet? 

In het artikel komt onder anderen Rineke van Daalen aan het woord. Ze legt de vinger pijnlijk nauwkeurig op de zere plek. In Nederland spreken van hoger of lager opgeleid. Het midden lijkt niet te bestaan. En dat terwijl  uitgerekend dat midden ons leven draaiende houdt. Van Daalen spreekt van ‘het verwaarloosde midden’ en daar heeft ze een punt. Hoog of laag opgeleid beslist over je prestige, je inkomen en je maatschappelijke status. En dat terwijl het midden onze steunpilaar is. 

Van Daalen schreef er een boeiend boekje over. In Gewoon werk (AMB, Diemen 2014) beschrijft ze met glasheldere precisie wat mbo’ers nu precies doen en maakt daarmee duidelijk wat je allemaal moet kunnen om tegenwoordig een vakmens te zijn. Techniek neemt veel zwaar en eentonig handwerk over. Daarmee worden mbo’ers steeds meer ingezet op de schakelfunctie tussen techniek en mens: een niveau 4 afgestudeerd ict-helpdesk medewerker die een chirurg uit moet leggen dat er niks mis is met zijn telefoon, maar dat hij hem niet goed bedient. Dat vraagt flexibel bewegen tussen hiërarchische lagen. Daar moet je sociaal behoorlijk intelligent voor zijn. 

Met de rap veranderende maatschappij veranderen de eisen aan mbo’ers net zo snel mee. Er wordt veel van ze gevraagd, maar in onze taal zijn we ze even vergeten. En niet alleen daar. Ik loop al heel wat jaren mee op allerlei verschillende mbo opleidingen, maar had dit me lang niet allemaal gerealiseerd. Van Daalen keek wekenlang mee met mbo’ers op het werk. Gewoon, goed kijken naar wat ze de hele dag doen. De scherpe observaties, frisse blik en heldere analyses van van Daalen zette me stevig op mijn plek.

Een mooi Sinterklaas cadeau voor iedereen die denkt dat hij of zij het mbo kent. 

Lezen!

Lees verder / reageer