Cultuur!

’De tijden zijn veranderd’, zegt een vriendin. Ik vertelde haar over de nonchalance waarmee een studente met een make-up tasje onder de arm, in de ene hand een latte en in de andere het onafscheidelijke mobieltje, een kwartier na aanvang de lesruimte binnen kwam, zich op haar gemak installeerde om vervolgens half omgedraaid met de buren achter haar te gaan zitten praten. Het leslokaal als goed geoutilleerde hangplek. 

Zijn de tijden veranderd? De laatste jaren zie ik in toenemende mate in VO en MBO lessen, waar een natuurlijke, op leren gerichte, aandachtige orde ver te zoeken is. Ik wist al lang dat leerlingen niet meer vanzelfsprekend opletten, lees ’Bint’ van Bordewijk er maar op na. Orde problemen zijn zo oud als de school. Maar er zit nog aardig wat tussen een klas met gebrekkige aandacht of wanordelijk gedrag en het verschijnsel dat in een aantal scholen de straatcultuur zich meester lijkt te maken van het klaslokaal. Dat werken en leren door alle studenten of leerlingen als dominante cultuur verdwijnt en sluipenderwijs wordt omgeruild voor wat ontspannen chillen en bijkletsen met leeftijdgenoten. Dat verschijnsel is relatief nieuw. 

De straatcultuur in school? Je wilt als school, dat er binnen de vier muren van het leslokaal als regel gewerkt en geleerd wordt, beter nog, dat er in de school een cultuur van werken en leren heerst. Cultuur, niet bedoeld als etnische achtergrond, of als in ‘kunst en cultuur’, maar in de betekenis van het subtiele samenspel van geschreven en ongeschreven regels, gewoontes, geaccepteerd en ongeaccepteerd gedrag. Een cultuur is veel meer dan een paar regels aan de muur. Het is zoals de mensen binnen de school langzamerhand gewend zijn geraakt met elkaar om te gaan. Je noemt gedrag binnen de school of welke organisatie dan ook pas een cultuur, als er een zekere vanzelfsprekendheid van uit gaat. Naïviteit bijna: ‘we weten niet beter, zo doen we dat altijd.’ Daarom heeft een cultuur ook geen nadrukkelijk regels. Het zijn de diep gewortelde gewoontes, gegroeid uit gedeelde waarden en overtuigingen. Als je regels nodig hebt om een cultuur te bewaken is er iets mis. Het is een signaal dat die cultuur aan het verdwijnen is 

Zijn de tijden veranderd?, is dat het? 

Ik zit achter in een lokaal en H4-1 rommelt zich een weg naar binnen. We zijn in een achterstandswijk van een grote stad. De groepen in vier havo hebben de naam moeilijk te zijn. Grote mond, kleine resultaten. Ik kijk toe hoe de docente orde schept. Vriendelijk maar beslist en met geen woord teveel zet ze hen aan het werk. Binnen twee minuten zit iedereen aandachtig te lezen en daalt er rust neer in het lokaal. De docente loopt tussen de rijen door, geeft hier en daar wat extra aandacht of een vriendelijk woord. Hoezo straatcultuur? Hier geen veel te laat en onverschillig binnen drentelende leerlingen. Leiding geven aan 24 onstuimige pubers is geen bezigheid, dat is een vak. Aan hoe het in dit lokaal nu toegaat is door de docent lang en hard gewerkt, met ups en downs, maar ook met grote vasthoudendheid. Het scheppen van een cultuur van werken en leren in de klas, kun je niet aan het toeval overlaten. De docent die gemakshalve die in september zo ‘gemakkelijke klas’ zonder verder nadenken accepteert en niet expliciet maakt, wát die groep zo maakt, welke onuitgesproken regels die groep voor zich heeft, speelt met vuur. Elke cultuur behoeft onderhoud, herhaaldelijke bevestiging waarom die is zoals die is. Zo nu en dan zal een confrontatie nodig zijn om afglijden te voorkomen. Dan is het nodig indringend met elkaar te spreken over de waarden achter de spelregels. Dat regels maar een handigheidje zijn voor de dagelijkse orde, dat het om veel meer gaat. 

Cultuur. Dat mistige mengsel van wel en niet uitgesproken regels die ons voorschrijven hoe met elkaar om te gaan. Wat doe je hier wel en wat doe je hier niet. Welke cultuur er in een klaslokaal heerst, die van de straat of één van samen werken en leren, wordt in hoge mate bepaald door de docent. Of het nu om een groep leerlingen gaat of om de docenten, of het nu om een school gaat of om een verzorgingstehuis: de leiding moet het voorbeeld geven. Voor de klas de docent, voor de school de teamleiders en directie. Als het om cultuur gaat, schilder je een huis van boven naar beneden. Als de leiding het niet voorleeft, zal het nooit goed komen. Soms is er sprake van een echt ‘schoolklimaat’, waarbij iedereen in grote lijnen hetzelfde beeld heeft bij een goede les en waarbij men elkaar daar ook scherp op houdt. Vaak zijn dat scholen met een sterke gedeelde visie op het leren en begeleiden van jongeren en een sterk onderwijskundig leiderschap. Scholen die ergens voor willen staan. Maar helaas staan in teveel scholen de docenten er in de klas nog steeds min of meer alleen voor. Daar zie je de leiding maar zelden in de buurt van een klaslokaal. Daar wordt het nog een hele opgave de oprukkende straatcultuur buiten het lokaal te houden.

Lees verder / reageer

Leidinggeven

Van de week heb ik mij er nog een keer echt boos over gemaakt. Is het zo moeilijk of maken we het zo moeilijk. Ik loop al aardig wat jaartjes rond in allerlei organisaties, vooral onderwijs en zorg, maar ook in het zogenaamd ‘harde’ bedrijfsleven. Er gaat bijna geen week voorbij of ik struikel over een situatie waarin een klein beetje verstandig leiderschap een hoop schade aan personen en organisatie had kunnen voorkomen. ‘We nemen het mee, er komt een werkgroep, het staat op de agenda’, allemaal synoniemen voor ‘daar heb ik nu even geen tijd voor’. Van arremoede storten een aantal organisaties zich nu op het model van zelforganiserende of zelfsturende teams, waarbij gemakshalve voorbij wordt gegaan aan het feit dat je dan van die teams nog heel wat meer kwaliteit vraagt dan van de gemiddelde leidinggevende. Op tal van plaatsen wordt het al weer teruggedraaid. Als de begeesterde initiatiefnemer het veld ruimt, is er meestal na korte tijd nog maar weinig van het idee over; hoezo zelfsturing. Maar dan is het kwaad al geschied. De goede medewerkers hebben een veilig heenkomen gezocht en er moet niet zelden allerlei puin worden geruimd.

Een goede leidinggevende doet wat men met zelforganiserende teams probeerde te bereiken: zorgen dat mensen met aandacht en zorgvuldigheid hun werk doen, maar vooral dat ze de verantwoordelijkheid nemen voor wat ze doen. Sturen op zelfsturing heet dat in management jargon. Dat is iets anders dan aan hun lot overlaten, want zo worden zelforganiserende teams in praktijk vaak ervaren. 

Elke goede medewerker neemt de verantwoordelijkheid voor wat hij of zij doet, daar hoef je geen nieuw organisatiemodel voor in te richten. Niet wijzen naar voorschriften, regels, protocollen en procedures maar staan voor wat je doet. Of vergeten bent. ‘Ik zorg dat het in orde komt’, in plaats van ‘het staat niet in het voorschrift’. Slechte leidinggevende kunnen vakmensen niet met rust laten, stralen wantrouwen uit, zijn niet zelden onvoorspelbaar in hun gedrag en vaak politieke dieren die precies weten hoe ze hun positie moeten beschermen. Goede leidinggevenden daarentegen weten precies wie ze ruimte kunnen geven en wanneer nabijheid vereist is. Die leidinggevende hakt knopen door als het belang van de organisatie klem komt in het gedrang van goed bedoeld eigenbelang binnen een team. Een goede leidinggevende denkt niet voor de mensen maar zet ze aan het denken, beslist niet voor de mensen maar helpt ze besluiten, een goede leidinggevende weet wanneer hij even niks moet doen en wanneer ingrijpen geboden is. Hele goede leidinggeven maken zichzelf – bijna – overbodig. 

Scholen of zorgorganisaties waar in het verleden vooral gestuurd is op cijfers, organisaties die kwaliteitssystemen nodig hebben om te weten of ze kwaliteit in de les of aan het bed leveren – alsof je dat kunt aflezen aan een spreadsheet – die organisaties schuiven met de invoering van zelfsturing in feite de verantwoordelijkheid van zich af. Als de organisatie van top tot teen, bestuur, leiding en medewerkers, doordrongen is van hoe kwaliteit op de werkvloer eruit ziet en daar ook op aangesproken wil worden, heb je geen invoering van zelfsturende teams nodig. Kortom, goede organisaties hebben geen ingrijpende verandering naar zelf organiserende teams nodig. Eigenlijk hebben ze die al. Bij slechte organisaties zal het niet helpen. Daar moet je beginnen met aandacht, zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid nemen voor de kwaliteit van de kern van het werk; door het bestuur, de leiding en de medewerkers.

 

Lees verder / reageer